BWBR0037778
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 9
Regeling groenprojecten 2016
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten in de categorie duurzaam bouwen, waarbij, indien hout wordt toegepast, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzaam geproduceerd hout, en die zijn gericht op:
a. het realiseren van nieuw te bouwen woningen, waarvan het primair fossiel energiegebruik gelijk is aan 0;
b. het door herbestemming van gebouwen zonder woonfunctie realiseren van nieuwe woningen, waarvan: 1°. de energielabelklasse na de herbestemming energieklasse A of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
1°. de energielabelklasse na de herbestemming energieklasse A of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
c. het door herbestemming van gebouwen zonder woonfunctie en met de status van Rijks- of Gemeentemonument realiseren van nieuwe woningen, waarvan: 1°. De energielabelklasse na herbestemming energieklasse B of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
1°. De energielabelklasse na herbestemming energieklasse B of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
d. het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij energiebesparende maatregelen worden toegepast, die leiden tot een verbetering van de energielabelklasse van de woning: 1°. met ten minste twee energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
2°. met ten minste vier energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
3°. met ten minste vijf energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse A of beter is; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
1°. met ten minste twee energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
2°. met ten minste vier energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
3°. met ten minste vijf energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse A of beter is; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
e. het renoveren van bestaande woningen door anderen dan de eigenaar-bewoner, waarbij energiebesparende maatregelen worden toegepast, die leiden tot een verbetering van de energielabelklasse van de woning als bedoeld in onderdeel d;
f. het realiseren van duurzame utiliteitsgebouwen, waarvoor in het Bouwbesluit een energieprestatie-eis is opgenomen en die voldoen aan de voorschriften bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling en waarbij het primair fossiel energiegebruik van het gebouw gelijk is aan 0;
g. het renoveren van bestaande utiliteitsgebouwen, waarvoor in het Bouwbesluit een energieprestatie-eis is opgenomen en die voldoen aan bijlage 3 van deze regeling en waarbij de energielabelklasse na renovatie is verbeterd: 1°. met ten minste twee energielabelklassen;
2°. met ten minste vier energielabelklassen;
3°. met ten minste zes energielabelklassen; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
1°. met ten minste twee energielabelklassen;
2°. met ten minste vier energielabelklassen;
3°. met ten minste zes energielabelklassen; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
h. het realiseren van duurzame gebouwen met een industriefunctie, waarvoor in het Bouwbesluit voorschriften zijn gesteld voor de thermische isolatie, met uitzondering van gebouwen met een lichte industriefunctie, en waarvan: 1°. de hemelwaterafvoer is afgekoppeld van het rioleringsstelsel; en
2°. het primair fossiel energiegebruik kleiner is dan of gelijk is aan 0; of
1°. de hemelwaterafvoer is afgekoppeld van het rioleringsstelsel; en
2°. het primair fossiel energiegebruik kleiner is dan of gelijk is aan 0; of
i. het renoveren van bestaande gebouwen met een industriefunctie, waarvoor in het Bouwbesluit voorschriften zijn gesteld voor de thermische isolatie, met uitzondering van gebouwen met een lichte industriefunctie, en waarvan het primair fossiel energiegebruik kleiner is dan of gelijk is aan 0.
a. het realiseren van nieuw te bouwen woningen, waarvan het primair fossiel energiegebruik gelijk is aan 0;
b. het door herbestemming van gebouwen zonder woonfunctie realiseren van nieuwe woningen, waarvan: 1°. de energielabelklasse na de herbestemming energieklasse A of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
1°. de energielabelklasse na de herbestemming energieklasse A of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
c. het door herbestemming van gebouwen zonder woonfunctie en met de status van Rijks- of Gemeentemonument realiseren van nieuwe woningen, waarvan: 1°. De energielabelklasse na herbestemming energieklasse B of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
1°. De energielabelklasse na herbestemming energieklasse B of beter is; en
2°. de geluidswering tussen de woningen onderling ten minste gelijk is aan het niveau dat voor nieuwbouwwoningen wordt voorgeschreven;
d. het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij energiebesparende maatregelen worden toegepast, die leiden tot een verbetering van de energielabelklasse van de woning: 1°. met ten minste twee energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
2°. met ten minste vier energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
3°. met ten minste vijf energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse A of beter is; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
1°. met ten minste twee energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
2°. met ten minste vier energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse B of beter is;
3°. met ten minste vijf energielabelklassen, waarbij de energielabelklasse van de woningen na renovatie energielabelklasse A of beter is; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
e. het renoveren van bestaande woningen door anderen dan de eigenaar-bewoner, waarbij energiebesparende maatregelen worden toegepast, die leiden tot een verbetering van de energielabelklasse van de woning als bedoeld in onderdeel d;
f. het realiseren van duurzame utiliteitsgebouwen, waarvoor in het Bouwbesluit een energieprestatie-eis is opgenomen en die voldoen aan de voorschriften bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling en waarbij het primair fossiel energiegebruik van het gebouw gelijk is aan 0;
g. het renoveren van bestaande utiliteitsgebouwen, waarvoor in het Bouwbesluit een energieprestatie-eis is opgenomen en die voldoen aan bijlage 3 van deze regeling en waarbij de energielabelklasse na renovatie is verbeterd: 1°. met ten minste twee energielabelklassen;
2°. met ten minste vier energielabelklassen;
3°. met ten minste zes energielabelklassen; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
1°. met ten minste twee energielabelklassen;
2°. met ten minste vier energielabelklassen;
3°. met ten minste zes energielabelklassen; of
4°. tot energielabelklasse A++++;
h. het realiseren van duurzame gebouwen met een industriefunctie, waarvoor in het Bouwbesluit voorschriften zijn gesteld voor de thermische isolatie, met uitzondering van gebouwen met een lichte industriefunctie, en waarvan: 1°. de hemelwaterafvoer is afgekoppeld van het rioleringsstelsel; en
2°. het primair fossiel energiegebruik kleiner is dan of gelijk is aan 0; of
1°. de hemelwaterafvoer is afgekoppeld van het rioleringsstelsel; en
2°. het primair fossiel energiegebruik kleiner is dan of gelijk is aan 0; of
i. het renoveren van bestaande gebouwen met een industriefunctie, waarvoor in het Bouwbesluit voorschriften zijn gesteld voor de thermische isolatie, met uitzondering van gebouwen met een lichte industriefunctie, en waarvan het primair fossiel energiegebruik kleiner is dan of gelijk is aan 0.