BWBR0037778
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 16
Regeling groenprojecten 2016
1. De groenverklaring geldt ten hoogste voor de levensduur van een project, maar niet langer dan:
a. tien jaren;
b. tot en met 31 december 2021 indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f;
c. vijf jaren indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel c; of
d. vijftien jaren, indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in artikel 7, aanhef en onderdelen d of e, of artikel 8, aanhef en onderdeel a, dat wordt uitgevoerd op of aan een woning en voor rekening en risico van de eigenaar-bewoner.
2. De groenverklaring treedt maximaal negen maanden na de afgifte hiervan in werking.
3. De groenverklaring vermeldt de aard van het project, het projectvermogen, de datum waarop de groenverklaring in werking treedt en de periode waarvoor de groenverklaring geldt.
4. De groenverklaring voor een project als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, g en h, vervalt indien binnen twee jaar na de dag van afgifte hiervan geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden.
5. In de groenverklaring kunnen nadere voorschriften worden opgenomen.
a. tien jaren;
b. tot en met 31 december 2021 indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f;
c. vijf jaren indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel c; of
d. vijftien jaren, indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in artikel 7, aanhef en onderdelen d of e, of artikel 8, aanhef en onderdeel a, dat wordt uitgevoerd op of aan een woning en voor rekening en risico van de eigenaar-bewoner.
2. De groenverklaring treedt maximaal negen maanden na de afgifte hiervan in werking.
3. De groenverklaring vermeldt de aard van het project, het projectvermogen, de datum waarop de groenverklaring in werking treedt en de periode waarvoor de groenverklaring geldt.
4. De groenverklaring voor een project als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, g en h, vervalt indien binnen twee jaar na de dag van afgifte hiervan geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden.
5. In de groenverklaring kunnen nadere voorschriften worden opgenomen.