BWBR0037778
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 10
Regeling groenprojecten 2016
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten in de categorie duurzame mobiliteit, die zijn gericht op:
a. de realisatie van: 1°. vrijliggende of verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die woon- of verblijfsgebieden verbinden met werkgebieden of woonkernen met meer dan 50.000 inwoners, of die de bereikbaarheid per fiets van transferia, P&R-terreinen, OV-stations of OV-halteplaatsen, kantoren- of bedrijventerreinen, scholen, medische- en zorginstellingen of toeristische attracties vergroten, of die deel uitmaken van het landelijk fietsroutenetwerk; of
2°. overdekte fietsenstallingen of de aanschaf van fietsen voor niet-commercieel gemeenschappelijk gebruik; of
1°. vrijliggende of verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die woon- of verblijfsgebieden verbinden met werkgebieden of woonkernen met meer dan 50.000 inwoners, of die de bereikbaarheid per fiets van transferia, P&R-terreinen, OV-stations of OV-halteplaatsen, kantoren- of bedrijventerreinen, scholen, medische- en zorginstellingen of toeristische attracties vergroten, of die deel uitmaken van het landelijk fietsroutenetwerk; of
2°. overdekte fietsenstallingen of de aanschaf van fietsen voor niet-commercieel gemeenschappelijk gebruik; of
b. de aanschaf van: 1°. niet-railgebonden duurzame voertuigen voor vervoer, geschikt voor personenvervoer van meer dan acht passagiers, over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de openlucht, met een elektrisch of brandstofcelaandrijvingssysteem, dan wel rijdend op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG, dan wel een combinatie van voornoemde technieken; of
2°. duurzame binnenvaartschepen die voorzien zijn van een dieselelektrisch, batterijelektrisch of brandstofcelsysteem voor de voortstuwing, of uitsluitend varen op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG of een combinatie van voornoemde technieken of brandstoffen, danwel voorzien zijn van dual-fuel motoren voor de combinatie van (bio-)LNG of (bio-)CNG en diesel, al dan niet in combinatie met een rompoptimalisatieonderzoek, met dien verstande dat bij gebruik van (bio-)LNG of (bio-)CNG als brandstof wordt aangetoond dat de methaanslip niet hoger is dan 3 gram per kWh.
1°. niet-railgebonden duurzame voertuigen voor vervoer, geschikt voor personenvervoer van meer dan acht passagiers, over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de openlucht, met een elektrisch of brandstofcelaandrijvingssysteem, dan wel rijdend op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG, dan wel een combinatie van voornoemde technieken; of
2°. duurzame binnenvaartschepen die voorzien zijn van een dieselelektrisch, batterijelektrisch of brandstofcelsysteem voor de voortstuwing, of uitsluitend varen op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG of een combinatie van voornoemde technieken of brandstoffen, danwel voorzien zijn van dual-fuel motoren voor de combinatie van (bio-)LNG of (bio-)CNG en diesel, al dan niet in combinatie met een rompoptimalisatieonderzoek, met dien verstande dat bij gebruik van (bio-)LNG of (bio-)CNG als brandstof wordt aangetoond dat de methaanslip niet hoger is dan 3 gram per kWh.
a. de realisatie van: 1°. vrijliggende of verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die woon- of verblijfsgebieden verbinden met werkgebieden of woonkernen met meer dan 50.000 inwoners, of die de bereikbaarheid per fiets van transferia, P&R-terreinen, OV-stations of OV-halteplaatsen, kantoren- of bedrijventerreinen, scholen, medische- en zorginstellingen of toeristische attracties vergroten, of die deel uitmaken van het landelijk fietsroutenetwerk; of
2°. overdekte fietsenstallingen of de aanschaf van fietsen voor niet-commercieel gemeenschappelijk gebruik; of
1°. vrijliggende of verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die woon- of verblijfsgebieden verbinden met werkgebieden of woonkernen met meer dan 50.000 inwoners, of die de bereikbaarheid per fiets van transferia, P&R-terreinen, OV-stations of OV-halteplaatsen, kantoren- of bedrijventerreinen, scholen, medische- en zorginstellingen of toeristische attracties vergroten, of die deel uitmaken van het landelijk fietsroutenetwerk; of
2°. overdekte fietsenstallingen of de aanschaf van fietsen voor niet-commercieel gemeenschappelijk gebruik; of
b. de aanschaf van: 1°. niet-railgebonden duurzame voertuigen voor vervoer, geschikt voor personenvervoer van meer dan acht passagiers, over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de openlucht, met een elektrisch of brandstofcelaandrijvingssysteem, dan wel rijdend op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG, dan wel een combinatie van voornoemde technieken; of
2°. duurzame binnenvaartschepen die voorzien zijn van een dieselelektrisch, batterijelektrisch of brandstofcelsysteem voor de voortstuwing, of uitsluitend varen op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG of een combinatie van voornoemde technieken of brandstoffen, danwel voorzien zijn van dual-fuel motoren voor de combinatie van (bio-)LNG of (bio-)CNG en diesel, al dan niet in combinatie met een rompoptimalisatieonderzoek, met dien verstande dat bij gebruik van (bio-)LNG of (bio-)CNG als brandstof wordt aangetoond dat de methaanslip niet hoger is dan 3 gram per kWh.
1°. niet-railgebonden duurzame voertuigen voor vervoer, geschikt voor personenvervoer van meer dan acht passagiers, over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de openlucht, met een elektrisch of brandstofcelaandrijvingssysteem, dan wel rijdend op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG, dan wel een combinatie van voornoemde technieken; of
2°. duurzame binnenvaartschepen die voorzien zijn van een dieselelektrisch, batterijelektrisch of brandstofcelsysteem voor de voortstuwing, of uitsluitend varen op waterstof, (bio-)LNG of (bio-)CNG of een combinatie van voornoemde technieken of brandstoffen, danwel voorzien zijn van dual-fuel motoren voor de combinatie van (bio-)LNG of (bio-)CNG en diesel, al dan niet in combinatie met een rompoptimalisatieonderzoek, met dien verstande dat bij gebruik van (bio-)LNG of (bio-)CNG als brandstof wordt aangetoond dat de methaanslip niet hoger is dan 3 gram per kWh.