BWBR0037778
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 7
Regeling groenprojecten 2016
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten in de categorie duurzame energie, die zijn gericht op:
a. het realiseren van een biogasopwaardeerinstallatie, bestemd voor het produceren van gas van aardgasnetkwaliteit, waarbij uitsluitend uit biomassa of uit mest verkregen gassen als energie-input mogen dienen, met dien verstande dat hierbij uitgezonderd zijn installaties die worden gebruikt voor de productie van biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen of waarvoor een leverings- of bijmengverplichting geldt;
b. het realiseren van een biobrandstofproductie-installatie, bestemd voor het produceren van vloeibare of gasvormige duurzame brandstoffen uit houtachtige of cellulose-achtige verbindingen door: 1°. hogedrukontleding;
2°. hogetemperatuurontleding;
3°. gebruik van het Fischer-Tropschproces dan wel een hiermee vergelijkbaar proces; of
4°. cellulose fermentatie, met uitzondering van mesofiele en thermofiele mestvergisting;
1°. hogedrukontleding;
2°. hogetemperatuurontleding;
3°. gebruik van het Fischer-Tropschproces dan wel een hiermee vergelijkbaar proces; of
4°. cellulose fermentatie, met uitzondering van mesofiele en thermofiele mestvergisting;
c. het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens de Europese veiligheidsnormen IEC 61400-1, Ed. 3 of IEC 61400-22;
d. het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen, eventueel in combinatie met de opslag van de opgewekte elektriciteit;
e. het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren, eventueel in combinatie met een van de volgende warmtepompen: 1°. een warmtepomp met voor water/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
1°. een warmtepomp met voor water/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
f. het winnen van aardwarmte; of
g. het opwekken van elektrische energie uit water of waterkracht, mits de waterkrachtinstallatie voldoet aan Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327) en voor zover het project is voorzien van maatregelen ter bescherming van de biodiversiteit, en met uitzondering van het opwekken van energie met behulp van stoomturbines.
a. het realiseren van een biogasopwaardeerinstallatie, bestemd voor het produceren van gas van aardgasnetkwaliteit, waarbij uitsluitend uit biomassa of uit mest verkregen gassen als energie-input mogen dienen, met dien verstande dat hierbij uitgezonderd zijn installaties die worden gebruikt voor de productie van biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen of waarvoor een leverings- of bijmengverplichting geldt;
b. het realiseren van een biobrandstofproductie-installatie, bestemd voor het produceren van vloeibare of gasvormige duurzame brandstoffen uit houtachtige of cellulose-achtige verbindingen door: 1°. hogedrukontleding;
2°. hogetemperatuurontleding;
3°. gebruik van het Fischer-Tropschproces dan wel een hiermee vergelijkbaar proces; of
4°. cellulose fermentatie, met uitzondering van mesofiele en thermofiele mestvergisting;
1°. hogedrukontleding;
2°. hogetemperatuurontleding;
3°. gebruik van het Fischer-Tropschproces dan wel een hiermee vergelijkbaar proces; of
4°. cellulose fermentatie, met uitzondering van mesofiele en thermofiele mestvergisting;
c. het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens de Europese veiligheidsnormen IEC 61400-1, Ed. 3 of IEC 61400-22;
d. het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen, eventueel in combinatie met de opslag van de opgewekte elektriciteit;
e. het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren, eventueel in combinatie met een van de volgende warmtepompen: 1°. een warmtepomp met voor water/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
1°. een warmtepomp met voor water/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water-systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
f. het winnen van aardwarmte; of
g. het opwekken van elektrische energie uit water of waterkracht, mits de waterkrachtinstallatie voldoet aan Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327) en voor zover het project is voorzien van maatregelen ter bescherming van de biodiversiteit, en met uitzondering van het opwekken van energie met behulp van stoomturbines.