BWBR0037778
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 2
Regeling groenprojecten 2016
1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten in de categorie natuur, die zijn gericht op:
a. de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden in gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming, of in Nationale Parken of gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland;
b. de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en natuurlijke gebiedseigen landschappelijke en cultuurhistorische waarden binnen de begrenzing van de Nationale Landschappen, met uitzondering van opstallen;
c. de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van opstallen;
d. de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden die in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van het landelijk format van de provinciale Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap SKNL natuurbeheer;
e. de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden die in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van hoofdstuk 3 van de provinciale Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer 2016;
f. de ontwikkeling en instandhouding van natuur en landschappelijke waarden die voldoen aan de vereisten die zijn opgenomen in bijlage 1;
g. het bevorderen en in stand houden van biodiversiteit, mits dit geen economische activiteit betreft, door de aanleg van: 1°. visgeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières;
2°. landdiergeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières; of
3°. vogelwaarschuwingssystemen of alarmeringsystemen ter voorkoming van botsingen van vogels met niet natuurlijke obstakels; of
1°. visgeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières;
2°. landdiergeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières; of
3°. vogelwaarschuwingssystemen of alarmeringsystemen ter voorkoming van botsingen van vogels met niet natuurlijke obstakels; of
h. natuur- en milieueducatie gericht op inheemse natuur, mits het geheel aan werkzaamheden geen economische activiteit betreft, de educatie een primair en aantoonbaar doel is van het project en geen deel uitmaakt van het reguliere onderwijscurriculum.
2. De projecten, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c, worden niet uitgevoerd door een onderneming die actief is in de landbouwsector.
a. de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden in gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming, of in Nationale Parken of gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland;
b. de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en natuurlijke gebiedseigen landschappelijke en cultuurhistorische waarden binnen de begrenzing van de Nationale Landschappen, met uitzondering van opstallen;
c. de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van opstallen;
d. de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden die in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van het landelijk format van de provinciale Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap SKNL natuurbeheer;
e. de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden die in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van hoofdstuk 3 van de provinciale Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer 2016;
f. de ontwikkeling en instandhouding van natuur en landschappelijke waarden die voldoen aan de vereisten die zijn opgenomen in bijlage 1;
g. het bevorderen en in stand houden van biodiversiteit, mits dit geen economische activiteit betreft, door de aanleg van: 1°. visgeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières;
2°. landdiergeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières; of
3°. vogelwaarschuwingssystemen of alarmeringsystemen ter voorkoming van botsingen van vogels met niet natuurlijke obstakels; of
1°. visgeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières;
2°. landdiergeleidingssystemen voor het opheffen van kunstmatige barrières; of
3°. vogelwaarschuwingssystemen of alarmeringsystemen ter voorkoming van botsingen van vogels met niet natuurlijke obstakels; of
h. natuur- en milieueducatie gericht op inheemse natuur, mits het geheel aan werkzaamheden geen economische activiteit betreft, de educatie een primair en aantoonbaar doel is van het project en geen deel uitmaakt van het reguliere onderwijscurriculum.
2. De projecten, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c, worden niet uitgevoerd door een onderneming die actief is in de landbouwsector.