BWBR0037778
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 8
Regeling groenprojecten 2016
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten in de categorie energiebesparing, die zijn gericht op:
a. het met behulp van warmtepompen en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend, door middel van: 1°. een warmtepomp met voor water/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
1°. een warmtepomp met voor water/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
b. koeling met behulp van een warmtepomp waarbij de warmte gelijktijdig voor ten minste 50% nuttig wordt toegepast binnen het bedrijf;
c. het aanleggen van energiearme buitenverlichting bestemd voor het verlichten van openbare wegen, openbare pleinen, openbare gebouwen, bruggen, openbare parken, parkeerterreinen, verharde bedrijfsterreinen of sportaccommodaties, en bestaande uit masten, led-lampen en specifiek voor die lampen geschikte armaturen, en indien van toepassing elektronische voorschakelapparaten en bijbehorende verlichtingsmanagementsystemen;
d. het aanleggen van energiearme buitenverlichting bestemd voor het verlichten van openbare wegen, openbare pleinen, openbare gebouwen, bruggen, openbare parken, parkeerterreinen, verharde bedrijfsterreinen of sportaccommodaties waarbij aantoonbaar een energiebesparing wordt gerealiseerd door een toename van het systeemrendement in lumen/Watt van ten minste 30% ten opzichte van het gemiddeld energiegebruik bij soortgelijke gangbare installaties, en bestaande uit masten, lampen en armaturen, en indien van toepassing elektronische voorschakelapparaten en bijbehorende verlichtingsmanagementsystemen;
e. het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van bijstookketels en warmtebuffers, ten behoeve van warmtebenutting die voor ten minste 80% afkomstig is van een of meer van onderstaande bronnen: 1°. restwarmte van installaties in de industrie waarbij geen elektriciteit wordt opgewekt en afvalverbrandingsinstallaties voor stedelijk afval;
2°. restwarmte van elektriciteitsopwekkingsinstallaties met een elektrisch rendement van ten minste 30% en een minimaal vermogen van 20 MW;
3°. een aardwarmtebron; of
1°. restwarmte van installaties in de industrie waarbij geen elektriciteit wordt opgewekt en afvalverbrandingsinstallaties voor stedelijk afval;
2°. restwarmte van elektriciteitsopwekkingsinstallaties met een elektrisch rendement van ten minste 30% en een minimaal vermogen van 20 MW;
3°. een aardwarmtebron; of
f. het aanleggen van koudedistributienetten waarbij de koude afkomstig is van een hernieuwbare bron, restwarmte van installaties in de industrie waarbij geen elektriciteit wordt opgewekt of afvalverbrandingsinstallaties voor stedelijk afval.
a. het met behulp van warmtepompen en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend, door middel van: 1°. een warmtepomp met voor water/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
1°. een warmtepomp met voor water/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 4,0, bij een conditie van W10/W45 conform de norm EN 14511; of
2°. een warmtepomp met voor brine/water systemen een coëfficiënt of performance van ten minste 3,2, bij een conditie van B0/W45 conform de norm EN 14511;
b. koeling met behulp van een warmtepomp waarbij de warmte gelijktijdig voor ten minste 50% nuttig wordt toegepast binnen het bedrijf;
c. het aanleggen van energiearme buitenverlichting bestemd voor het verlichten van openbare wegen, openbare pleinen, openbare gebouwen, bruggen, openbare parken, parkeerterreinen, verharde bedrijfsterreinen of sportaccommodaties, en bestaande uit masten, led-lampen en specifiek voor die lampen geschikte armaturen, en indien van toepassing elektronische voorschakelapparaten en bijbehorende verlichtingsmanagementsystemen;
d. het aanleggen van energiearme buitenverlichting bestemd voor het verlichten van openbare wegen, openbare pleinen, openbare gebouwen, bruggen, openbare parken, parkeerterreinen, verharde bedrijfsterreinen of sportaccommodaties waarbij aantoonbaar een energiebesparing wordt gerealiseerd door een toename van het systeemrendement in lumen/Watt van ten minste 30% ten opzichte van het gemiddeld energiegebruik bij soortgelijke gangbare installaties, en bestaande uit masten, lampen en armaturen, en indien van toepassing elektronische voorschakelapparaten en bijbehorende verlichtingsmanagementsystemen;
e. het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van bijstookketels en warmtebuffers, ten behoeve van warmtebenutting die voor ten minste 80% afkomstig is van een of meer van onderstaande bronnen: 1°. restwarmte van installaties in de industrie waarbij geen elektriciteit wordt opgewekt en afvalverbrandingsinstallaties voor stedelijk afval;
2°. restwarmte van elektriciteitsopwekkingsinstallaties met een elektrisch rendement van ten minste 30% en een minimaal vermogen van 20 MW;
3°. een aardwarmtebron; of
1°. restwarmte van installaties in de industrie waarbij geen elektriciteit wordt opgewekt en afvalverbrandingsinstallaties voor stedelijk afval;
2°. restwarmte van elektriciteitsopwekkingsinstallaties met een elektrisch rendement van ten minste 30% en een minimaal vermogen van 20 MW;
3°. een aardwarmtebron; of
f. het aanleggen van koudedistributienetten waarbij de koude afkomstig is van een hernieuwbare bron, restwarmte van installaties in de industrie waarbij geen elektriciteit wordt opgewekt of afvalverbrandingsinstallaties voor stedelijk afval.