BWBR0036443
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 92
Wet raadgevend referendum
1. In de volgende gevallen doet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak uiterlijk op de zesde dag nadat het beroepschrift is ontvangen:
a. beroep tegen een besluit van de voorzitter van het centraal stembureau inzake het inleidend verzoek tot het houden van een referendum;
b. beroep tegen een besluit van het centraal stembureau inzake het definitieve verzoek tot het houden van een referendum;
c. beroep tegen een besluit of een wet aan een referendum kan worden onderworpen.
2. Indien de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State strekt tot gegrondverklaring van het beroep, treedt de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit.
3. De voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt partijen onverwijld in kennis van de uitspraak.
a. beroep tegen een besluit van de voorzitter van het centraal stembureau inzake het inleidend verzoek tot het houden van een referendum;
b. beroep tegen een besluit van het centraal stembureau inzake het definitieve verzoek tot het houden van een referendum;
c. beroep tegen een besluit of een wet aan een referendum kan worden onderworpen.
2. Indien de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State strekt tot gegrondverklaring van het beroep, treedt de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit.
3. De voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt partijen onverwijld in kennis van de uitspraak.