BWBR0036443
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 32
Wet raadgevend referendum
1. De voorzitter van het centraal stembureau besluit, indien er verzoeken zijn ingediend, binnen een week na afloop van de termijn van vier weken, bedoeld in artikel 29, of het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten.
2. De voorzitter besluit slechts dat het inleidend verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal ingediende verzoeken minder bedraagt dan tienduizend, dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 33, tweede lid, het aantal geldige verzoeken minder bedraagt dan tienduizend.
2. De voorzitter besluit slechts dat het inleidend verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal ingediende verzoeken minder bedraagt dan tienduizend, dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 33, tweede lid, het aantal geldige verzoeken minder bedraagt dan tienduizend.