BWBR0036443
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 118
Wet raadgevend referendum
1. In afwijking van artikel 41, eerste lid, kan iedere kiesgerechtigde ingezetene van een openbaar lichaam bij de gezaghebber een verklaring ter ondersteuning van het inleidend verzoek indienen. Het verzoek dient binnen de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 41, eerste lid, door de gezaghebber te zijn ontvangen.
2. De lijst, bedoeld in artikel 41 derde en vierde lid, wordt kosteloos beschikbaar gesteld door de gezaghebber. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat de gezaghebbers tijdig de beschikking hebben over de lijsten.
3. Na het verstrijken van de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 41, eerste lid, stelt de gezaghebber, indien er ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, vast:
a. het totaal aantal in het openbaar lichaam afgelegde ondersteuningsverklaringen;
b. het aantal geldige ondersteuningsverklaringen;
c. het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen.
Voor de vaststelling wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling een model wordt vastgesteld.
4. Onverminderd artikel 45, derde lid, zijn in een openbaar lichaam tevens ongeldig de ondersteuningsverklaringen die bij de gezaghebber zijn afgelegd door personen die niet zijn ingeschreven in de administratie van het betreffende openbaar lichaam.
5. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de opgave van de door hem vastgestelde aantallen ondersteuningsverklaringen en de lijsten met de ondersteuningsverklaringen langs elektronische weg uiterlijk de tweede dag na afloop van de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 41, ter kennis worden gebracht van het centraal stembureau. Het centraal stembureau betrekt de opgave en de lijsten bij de vaststelling, bedoeld in artikel 45, tweede lid.
6. Na de elektronische in kennisstelling doet de gezaghebber de lijsten in een pak. Artikel 51is van toepassing. De gezaghebber draagt er zorg voor dat het pak, op verzoek van de voorzitter van het centraal stembureau of de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per post zo spoedig mogelijk wordt overgebracht naar het centraal stembureau, respectievelijk de Afdeling.
7. Voor de toepassing in een openbaar lichaam wordt in de artikelen 41, zesde lid, 45, derde lid, onder a en onder b, en 54voor «voorzitter van het centraal stembureau» of «voorzitter» telkens gelezen: gezaghebber.
2. De lijst, bedoeld in artikel 41 derde en vierde lid, wordt kosteloos beschikbaar gesteld door de gezaghebber. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat de gezaghebbers tijdig de beschikking hebben over de lijsten.
3. Na het verstrijken van de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 41, eerste lid, stelt de gezaghebber, indien er ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, vast:
a. het totaal aantal in het openbaar lichaam afgelegde ondersteuningsverklaringen;
b. het aantal geldige ondersteuningsverklaringen;
c. het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen.
Voor de vaststelling wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling een model wordt vastgesteld.
4. Onverminderd artikel 45, derde lid, zijn in een openbaar lichaam tevens ongeldig de ondersteuningsverklaringen die bij de gezaghebber zijn afgelegd door personen die niet zijn ingeschreven in de administratie van het betreffende openbaar lichaam.
5. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de opgave van de door hem vastgestelde aantallen ondersteuningsverklaringen en de lijsten met de ondersteuningsverklaringen langs elektronische weg uiterlijk de tweede dag na afloop van de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 41, ter kennis worden gebracht van het centraal stembureau. Het centraal stembureau betrekt de opgave en de lijsten bij de vaststelling, bedoeld in artikel 45, tweede lid.
6. Na de elektronische in kennisstelling doet de gezaghebber de lijsten in een pak. Artikel 51is van toepassing. De gezaghebber draagt er zorg voor dat het pak, op verzoek van de voorzitter van het centraal stembureau of de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per post zo spoedig mogelijk wordt overgebracht naar het centraal stembureau, respectievelijk de Afdeling.
7. Voor de toepassing in een openbaar lichaam wordt in de artikelen 41, zesde lid, 45, derde lid, onder a en onder b, en 54voor «voorzitter van het centraal stembureau» of «voorzitter» telkens gelezen: gezaghebber.