BWBR0036443
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 16
Wet raadgevend referendum
1. Indien het aangaan van binding aan een stilzwijgend nog goed te keuren of goedgekeurd verdrag geen uitstel kan lijden, kan, onder verwijzing bij de overlegging ter stilzwijgende goedkeuring van het verdrag aan de Staten-Generaal naar dit artikel, de binding in afwijking van artikel 15, eerste lid, worden aangegaan, onverminderd de mogelijkheid over de stilzwijgende goedkeuring een referendum te houden.
2. De binding aan een verdrag voordat daarover een referendum heeft kunnen plaatsvinden wordt aangegaan onder voorbehoud van mogelijke beëindiging voor het Koninkrijk bij een raadgevende uitspraak tot afwijzing.
3. Indien over een stilzwijgende goedkeuring als bedoeld in het eerste lid een referendum wordt gehouden en onherroepelijk is vastgesteld dat dit heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing, wordt zo spoedig mogelijk beslist of een voorstel van wet zal worden ingediend dat uitsluitend strekt tot goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het verdrag. Onze Minister van Buitenlandse Zaken licht de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk in over de beslissing van de regering ter zake.
4. Voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de opzegging van een verdrag overeenkomstig het derde lid schade lijdt of zal lijden welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, kent Onze Minister wie het aangaat hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. De binding aan een verdrag voordat daarover een referendum heeft kunnen plaatsvinden wordt aangegaan onder voorbehoud van mogelijke beëindiging voor het Koninkrijk bij een raadgevende uitspraak tot afwijzing.
3. Indien over een stilzwijgende goedkeuring als bedoeld in het eerste lid een referendum wordt gehouden en onherroepelijk is vastgesteld dat dit heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing, wordt zo spoedig mogelijk beslist of een voorstel van wet zal worden ingediend dat uitsluitend strekt tot goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het verdrag. Onze Minister van Buitenlandse Zaken licht de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk in over de beslissing van de regering ter zake.
4. Voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de opzegging van een verdrag overeenkomstig het derde lid schade lijdt of zal lijden welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, kent Onze Minister wie het aangaat hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.