BWBR0035775
Geldig vanaf 2014-11-22
Artikel 13
Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart
1. Aan de ambtenaar, die herplaatsingskandidaat is, wordt een stimuleringspremie toegekend, indien aan hem binnen achttien maanden na de aanwijzing als herplaatsingskandidaat op eigen verzoek of op zijn aanvraag ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister.
2. De stimuleringspremie, bedoeld in het eerste lid, is afhankelijk van het aantal jaren dat de ambtenaar op het moment van de aanwijzing als herplaatsingskandidaat aaneengesloten binnen de rechterlijke organisatie op basis van een aanstelling of aanwijzing als rechterlijk ambtenaar of niet-rechterlijk ambtenaar werkzaam is geweest, alsmede van het aantal maanden dat na de aanwijzing als herplaatsingskandidaat is verstreken op de datum met ingang waarvan ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, en bedraagt uitgedrukt in aantallen maandsalarissen:
[tabel]
3. De stimuleringspremie, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet toegekend, indien aan de ambtenaar:
a. in verband met het in het eerste lid bedoelde ontslag op grond van artikel 15 een eenmalige vergoeding is toegekend;
b. in verband met het in het eerste lid bedoelde ontslag op grond van artikel 14 het recht op hernieuwde benoeming of hernieuwde aanstelling is toegekend;
c. op grond van artikel 94a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien het een niet-rechterlijk ambtenaar betreft, of met het oog op een uitkering op grond van de regeling van flexibel pensioen en uittreden, zoals vastgelegd in het FPU-Reglement basisuitkering en aanvullende uitkering, indien het een rechterlijk ambtenaar betreft, ontslag is verleend; of
d. een stimuleringspremie op grond van artikel 36s van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 49o van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is toegekend.
4. Aan de ambtenaar, die potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, kan een stimuleringspremie ten bedrage van ten hoogste twaalf maandsalarissen worden toegekend, indien aan hem binnen achttien maanden na de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 1, onderdeel e of g, op eigen verzoek of op zijn aanvraag ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister. Het derde lid, aanhef en onderdelen a en c, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien een rechterlijk ambtenaar of niet-rechterlijk ambtenaar, aan wie een stimuleringspremie als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid is toegekend, op grond van artikel 36v van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, onderscheidenlijk artikel 100a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, aanspraak heeft op een uitkering overeenkomstig het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rechterlijke Macht, onderscheidenlijk het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, wordt op deze uitkering de stimuleringspremie, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, in mindering gebracht.
2. De stimuleringspremie, bedoeld in het eerste lid, is afhankelijk van het aantal jaren dat de ambtenaar op het moment van de aanwijzing als herplaatsingskandidaat aaneengesloten binnen de rechterlijke organisatie op basis van een aanstelling of aanwijzing als rechterlijk ambtenaar of niet-rechterlijk ambtenaar werkzaam is geweest, alsmede van het aantal maanden dat na de aanwijzing als herplaatsingskandidaat is verstreken op de datum met ingang waarvan ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, en bedraagt uitgedrukt in aantallen maandsalarissen:
[tabel]
3. De stimuleringspremie, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet toegekend, indien aan de ambtenaar:
a. in verband met het in het eerste lid bedoelde ontslag op grond van artikel 15 een eenmalige vergoeding is toegekend;
b. in verband met het in het eerste lid bedoelde ontslag op grond van artikel 14 het recht op hernieuwde benoeming of hernieuwde aanstelling is toegekend;
c. op grond van artikel 94a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien het een niet-rechterlijk ambtenaar betreft, of met het oog op een uitkering op grond van de regeling van flexibel pensioen en uittreden, zoals vastgelegd in het FPU-Reglement basisuitkering en aanvullende uitkering, indien het een rechterlijk ambtenaar betreft, ontslag is verleend; of
d. een stimuleringspremie op grond van artikel 36s van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 49o van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is toegekend.
4. Aan de ambtenaar, die potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, kan een stimuleringspremie ten bedrage van ten hoogste twaalf maandsalarissen worden toegekend, indien aan hem binnen achttien maanden na de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 1, onderdeel e of g, op eigen verzoek of op zijn aanvraag ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister. Het derde lid, aanhef en onderdelen a en c, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien een rechterlijk ambtenaar of niet-rechterlijk ambtenaar, aan wie een stimuleringspremie als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid is toegekend, op grond van artikel 36v van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, onderscheidenlijk artikel 100a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, aanspraak heeft op een uitkering overeenkomstig het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rechterlijke Macht, onderscheidenlijk het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, wordt op deze uitkering de stimuleringspremie, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, in mindering gebracht.