BWBR0035775
Geldig vanaf 2014-11-22
Artikel 15
Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart
1. Aan de ambtenaar, die herplaatsingskandidaat, potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is en aan wie op eigen verzoek of op zijn aanvraag ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, wordt op zijn verzoek, indien het salaris behorende bij het vervullen van de nieuwe functie lager is dan het salaris behorende bij het vervullen van het ambt of de functie waaruit hem ontslag wordt verleend, een eenmalige vergoeding toegekend.
2. De eenmalige vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 150% van het verschil tussen het salaris, vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de tot de bezoldiging behorende toelagen en toeslagen, dat de ambtenaar in het jaar na de datum van het in het eerste lid bedoelde ontslag zou hebben genoten in verband met het vervullen van het ambt of de functie waaruit hem het in het eerste lid bedoelde ontslag wordt verleend, en het volledige inkomen dat de ambtenaar in datzelfde jaar zal genieten in verband met het vervullen van de nieuwe functie.
3. Indien voor de ambtenaar de met betrekking tot het vervullen van de in het tweede lid bedoelde nieuwe functie geldende arbeidsduurfactor een andere is dan die laatstelijk voor hem gold met betrekking het vervullen van het ambt of de functie waaruit hem het in het eerste lid bedoelde ontslag is verleend, wordt het salaris, vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de tot de bezoldiging behorende toelagen en toeslagen, bedoeld in het tweede lid, in plaats van met de voorafgaand aan dat ontslag voor hem geldende arbeidsduurfactor, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor die geldt met betrekking tot het door hem vervullen van de nieuwe functie.
4. In bijzondere gevallen kan, in afwijking van het tweede en derde lid, aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een eenmalige vergoeding worden toegekend die een hoger percentage van het in het tweede lid bedoelde verschil bedraagt.
5. De eenmalige vergoeding, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt niet toegekend, indien aan de ambtenaar in verband met het in het eerste lid bedoelde ontslag:
a. op grond van artikel 13 een stimuleringspremie is toegekend;
b. op grond van artikel 14 het recht op hernieuwde benoeming of hernieuwde aanstelling is toegekend; of
c. op grond van artikel 36v van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 49p van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een salarissuppletie of een bedrag tot afkoop daarvan is toegekend.
2. De eenmalige vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 150% van het verschil tussen het salaris, vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de tot de bezoldiging behorende toelagen en toeslagen, dat de ambtenaar in het jaar na de datum van het in het eerste lid bedoelde ontslag zou hebben genoten in verband met het vervullen van het ambt of de functie waaruit hem het in het eerste lid bedoelde ontslag wordt verleend, en het volledige inkomen dat de ambtenaar in datzelfde jaar zal genieten in verband met het vervullen van de nieuwe functie.
3. Indien voor de ambtenaar de met betrekking tot het vervullen van de in het tweede lid bedoelde nieuwe functie geldende arbeidsduurfactor een andere is dan die laatstelijk voor hem gold met betrekking het vervullen van het ambt of de functie waaruit hem het in het eerste lid bedoelde ontslag is verleend, wordt het salaris, vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de tot de bezoldiging behorende toelagen en toeslagen, bedoeld in het tweede lid, in plaats van met de voorafgaand aan dat ontslag voor hem geldende arbeidsduurfactor, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor die geldt met betrekking tot het door hem vervullen van de nieuwe functie.
4. In bijzondere gevallen kan, in afwijking van het tweede en derde lid, aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een eenmalige vergoeding worden toegekend die een hoger percentage van het in het tweede lid bedoelde verschil bedraagt.
5. De eenmalige vergoeding, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt niet toegekend, indien aan de ambtenaar in verband met het in het eerste lid bedoelde ontslag:
a. op grond van artikel 13 een stimuleringspremie is toegekend;
b. op grond van artikel 14 het recht op hernieuwde benoeming of hernieuwde aanstelling is toegekend; of
c. op grond van artikel 36v van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 49p van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een salarissuppletie of een bedrag tot afkoop daarvan is toegekend.