BWBR0035775
Geldig vanaf 2014-11-22
Artikel 2
Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart
1. Tenzij anders is bepaald worden de in dit besluit genoemde bevoegdheden ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat, indien het een bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijk ambtenaar betreft, deze worden uitgeoefend door het gerechtsbestuur, en, indien het een rechterlijk ambtenaar in opleiding betreft, door de Raad voor de rechtspraak.
2. Tenzij anders is bepaald worden de in dit besluit genoemde bevoegdheden ten aanzien van een niet-rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat, indien het een bij een gerecht werkzame niet-rechterlijk ambtenaar betreft, deze worden uitgeoefend door het gerechtsbestuur, en, indien het een bij de Raad voor de rechtspraak, het bureau daarvan of een onder de Raad voor de rechtspraak ressorterende dienst werkzame niet-rechterlijk ambtenaar betreft, door de Raad voor de rechtspraak.
2. Tenzij anders is bepaald worden de in dit besluit genoemde bevoegdheden ten aanzien van een niet-rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat, indien het een bij een gerecht werkzame niet-rechterlijk ambtenaar betreft, deze worden uitgeoefend door het gerechtsbestuur, en, indien het een bij de Raad voor de rechtspraak, het bureau daarvan of een onder de Raad voor de rechtspraak ressorterende dienst werkzame niet-rechterlijk ambtenaar betreft, door de Raad voor de rechtspraak.