BWBR0035369
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 8
Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014
1. Een trustkantoor maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die hij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie. Daartoe draagt het trustkantoor in elk geval zorg voor:
a. het controleren van de identiteit van betrokkene;
b. het controleren van de door betrokkene verstrekte gegevens en referenties op juistheid en volledigheid;
c. het maken van een onderbouwde inschatting van de betrouwbaarheid van betrokkene en een beoordeling daarvan in relatie tot het bekleden van een integriteitsgevoelige functie op een gegeven niveau.
2. Een trustkantoor voert een zodanige administratie dat uit het dossier van een personeelslid, benoemd in een integriteitsgevoelige functie, blijkt dat is voldaan aan het eerste lid.
3. Een trustkantoor hanteert objectieve, kenbare criteria om een functie te kwalificeren als een functie die geen wezenlijk risico inhoudt voor de integere bedrijfsvoering van het trustkantoor.
a. het controleren van de identiteit van betrokkene;
b. het controleren van de door betrokkene verstrekte gegevens en referenties op juistheid en volledigheid;
c. het maken van een onderbouwde inschatting van de betrouwbaarheid van betrokkene en een beoordeling daarvan in relatie tot het bekleden van een integriteitsgevoelige functie op een gegeven niveau.
2. Een trustkantoor voert een zodanige administratie dat uit het dossier van een personeelslid, benoemd in een integriteitsgevoelige functie, blijkt dat is voldaan aan het eerste lid.
3. Een trustkantoor hanteert objectieve, kenbare criteria om een functie te kwalificeren als een functie die geen wezenlijk risico inhoudt voor de integere bedrijfsvoering van het trustkantoor.