BWBR0035369
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 21
Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014
1. Een trustkantoor dat optreedt als trustee verricht onverminderd artikel 13aanvullend cliëntenonderzoek, dat het trustkantoor in staat stelt om de insteller, de protector, de uiteindelijk belanghebbende van de trust en andere trustees van de trust te identificeren en hun identiteit te verifiëren. Voorts heeft het trustkantoor kennis van de herkomst van het vermogen van de insteller en van de herkomst en bestemming van middelen van de trust.
2. Een trustkantoor dat optreedt als trustee beschikt over:
a. de gegevens aan de hand waarvan is bepaald wie de insteller is en welke personen kwalificeren als protector, trustee of uiteindelijk belanghebbende van de trust;
b. de gegevens aan de hand waarvan de identiteit van de insteller, de protector, de andere trustees en de uiteindelijk belanghebbende van de trust is geverifieerd;
c. in voorkomend geval, de gegevens aan de hand waarvan is bepaald dat er geen uiteindelijk belanghebbende van de trust is;
d. de gegevens omtrent het onderzoek naar de herkomst van het vermogen van de insteller;
e. de gegevens waaruit de herkomst en bestemming van de middelen van de trust blijkt;
f. een kopie van de trustakte of een gelegaliseerde verklaring van de trustee met een samenvatting van de inhoud van de trustakte of andere stukken ter onderbouwing.
3. Voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de trust zijn, nog niet werden vastgelegd, legt het trustkantoor zoveel mogelijk de groep van personen vast in wier belang de trust hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is.
4. Een trustkantoor treedt niet op als trustee voordat aan het eerste lid, onderdelen a en b, het tweede lid, onderdelen a, b, c, d en f, en het derde lid is voldaan.
2. Een trustkantoor dat optreedt als trustee beschikt over:
a. de gegevens aan de hand waarvan is bepaald wie de insteller is en welke personen kwalificeren als protector, trustee of uiteindelijk belanghebbende van de trust;
b. de gegevens aan de hand waarvan de identiteit van de insteller, de protector, de andere trustees en de uiteindelijk belanghebbende van de trust is geverifieerd;
c. in voorkomend geval, de gegevens aan de hand waarvan is bepaald dat er geen uiteindelijk belanghebbende van de trust is;
d. de gegevens omtrent het onderzoek naar de herkomst van het vermogen van de insteller;
e. de gegevens waaruit de herkomst en bestemming van de middelen van de trust blijkt;
f. een kopie van de trustakte of een gelegaliseerde verklaring van de trustee met een samenvatting van de inhoud van de trustakte of andere stukken ter onderbouwing.
3. Voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de trust zijn, nog niet werden vastgelegd, legt het trustkantoor zoveel mogelijk de groep van personen vast in wier belang de trust hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is.
4. Een trustkantoor treedt niet op als trustee voordat aan het eerste lid, onderdelen a en b, het tweede lid, onderdelen a, b, c, d en f, en het derde lid is voldaan.