BWBR0035369
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 14
Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014
1. Een trustkantoor kan het cliëntenonderzoek afstemmen op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, uiteindelijk belanghebbende van de cliënt, zakelijke relatie of dienst.
2. Een trustkantoor verricht, onverminderd artikel 13, verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt, een zakelijke relatie of een dienst naar zijn aard of in verband met de staat waar de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft, een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt.
3. Als categorieën zakelijke relaties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme als bedoeld in het tweede lid met zich brengen gelden in elk geval die, welke zijn aangewezen ingevolge artikel 8, eerste en tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
4. Als cliënten en uiteindelijk belanghebbenden van cliënten die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme als bedoeld in het tweede lid met zich brengen gelden in elk geval politiek prominente personen. Een trustkantoor bepaalt op adequate wijze of de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt een politiek prominent persoon is die niet in Nederland woont of niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
5. Een trustkantoor draagt er zorg voor dat, indien het tweede lid van toepassing is:
a. de beslissing tot het aangaan van die relatie of het verrichten van die dienst wordt genomen of wordt goedgekeurd door het bestuur in overleg met degene die de compliancefunctie uitvoert;
b. hij op risico gebaseerde en adequate maatregelen treft om de bron van het vermogen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende vast te stellen; en
c. hij doorlopend controle uitoefent op de zakelijke relatie.
2. Een trustkantoor verricht, onverminderd artikel 13, verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt, een zakelijke relatie of een dienst naar zijn aard of in verband met de staat waar de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft, een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt.
3. Als categorieën zakelijke relaties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme als bedoeld in het tweede lid met zich brengen gelden in elk geval die, welke zijn aangewezen ingevolge artikel 8, eerste en tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
4. Als cliënten en uiteindelijk belanghebbenden van cliënten die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme als bedoeld in het tweede lid met zich brengen gelden in elk geval politiek prominente personen. Een trustkantoor bepaalt op adequate wijze of de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt een politiek prominent persoon is die niet in Nederland woont of niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
5. Een trustkantoor draagt er zorg voor dat, indien het tweede lid van toepassing is:
a. de beslissing tot het aangaan van die relatie of het verrichten van die dienst wordt genomen of wordt goedgekeurd door het bestuur in overleg met degene die de compliancefunctie uitvoert;
b. hij op risico gebaseerde en adequate maatregelen treft om de bron van het vermogen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende vast te stellen; en
c. hij doorlopend controle uitoefent op de zakelijke relatie.