BWBR0033849
Geldig vanaf 2013-09-13
Artikel 8
Regeling levensloop politie
1. Tussentijdsverlof is een periode van onbezoldigd verlof van minimaal twee maanden en maximaal twaalf maanden.
2. Eindeloopbaanverlof is een periode van onbezoldigd verlof van minimaal twee maanden en maximaal 36 maanden.
3. In afwijking van het tweede lid is de maximale duur van het eindeloopbaanverlof twaalf maanden indien de periode van onbezoldigd verlof wordt genoten direct voorafgaand aan het ontslag op grond van artikel 88of artikel 88a van het Barp.
4. De minimale duur van twee maanden voor tussentijdsverlof of eindeloopbaanverlof geldt niet indien op de ambtenaar artikel 39d, tweede lid, van de Wlb, zoals dit artikel op 31 december 2012 luidde, van toepassing is.
2. Eindeloopbaanverlof is een periode van onbezoldigd verlof van minimaal twee maanden en maximaal 36 maanden.
3. In afwijking van het tweede lid is de maximale duur van het eindeloopbaanverlof twaalf maanden indien de periode van onbezoldigd verlof wordt genoten direct voorafgaand aan het ontslag op grond van artikel 88of artikel 88a van het Barp.
4. De minimale duur van twee maanden voor tussentijdsverlof of eindeloopbaanverlof geldt niet indien op de ambtenaar artikel 39d, tweede lid, van de Wlb, zoals dit artikel op 31 december 2012 luidde, van toepassing is.