BWBR0033849
Geldig vanaf 2013-09-13
Artikel 12
Regeling levensloop politie
1. Tijdens de periode waarin tussentijdsverlof, eindeloopbaanverlof of ouderschapsverlof wordt genoten, verstrekt het bevoegd gezag op grond van artikel 39d van de Wlb, zoals dit artikel luidde op 31 december 2012, de ambtenaar maandelijks een gelijk bedrag dat, tezamen met het daarnaast van het bevoegd gezag genoten loon, niet hoger is dan het loon in de maand voorafgaande aan het tussentijdsverlof, eindeloopbaanverlof of ouderschapsverlof.
2. Op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt indien het tussentijdsverlof betreft ingehouden:
a. het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenpremies, als bedoeld in en berekend op voet artikel 4 van de Pensioenovereenkomst ABP in samenhang met artikel 4b van het Bbp;
b. de loonheffing; en
c. de contributies waarmee de ambtenaar heeft ingestemd.
3. Op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt indien het eindeloopbaanverlof betreft ingehouden:
a. gedurende de eerste twaalf maanden van het eindeloopbaanverlof het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenpremies, als bedoeld in en berekend op de voet van artikel 4, tweede lid, en artikel 5 van de Pensioenovereenkomst ABP in samenhang met artikel 4b van het Bbp;
b. na de eerste twaalf maanden van het eindeloopbaanverlof het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenpremies, als bedoeld in en berekend op de voet van artikel 4, tweede lid, onderdelen b, c en d, van de Pensioenovereenkomst ABP;
c. de loonheffing; en
d. de contributies waarmee de ambtenaar heeft ingestemd.
4. Op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt indien het ouderschapsverlof betreft de loonheffing ingehouden.
5. Het bepaalde in het eerste lid is, op grond van artikel 39d van de Wlb, zoals dit artikel luidt op 1 januari 2013 tot en met 31 december 2021, niet meer van toepassing met ingang van 1 januari 2013.
2. Op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt indien het tussentijdsverlof betreft ingehouden:
a. het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenpremies, als bedoeld in en berekend op voet artikel 4 van de Pensioenovereenkomst ABP in samenhang met artikel 4b van het Bbp;
b. de loonheffing; en
c. de contributies waarmee de ambtenaar heeft ingestemd.
3. Op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt indien het eindeloopbaanverlof betreft ingehouden:
a. gedurende de eerste twaalf maanden van het eindeloopbaanverlof het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenpremies, als bedoeld in en berekend op de voet van artikel 4, tweede lid, en artikel 5 van de Pensioenovereenkomst ABP in samenhang met artikel 4b van het Bbp;
b. na de eerste twaalf maanden van het eindeloopbaanverlof het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenpremies, als bedoeld in en berekend op de voet van artikel 4, tweede lid, onderdelen b, c en d, van de Pensioenovereenkomst ABP;
c. de loonheffing; en
d. de contributies waarmee de ambtenaar heeft ingestemd.
4. Op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt indien het ouderschapsverlof betreft de loonheffing ingehouden.
5. Het bepaalde in het eerste lid is, op grond van artikel 39d van de Wlb, zoals dit artikel luidt op 1 januari 2013 tot en met 31 december 2021, niet meer van toepassing met ingang van 1 januari 2013.