BWBR0033849
Geldig vanaf 2013-09-13
Artikel 4
Regeling levensloop politie
1. De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag tot wederopzegging een aanvraag tot het opbouwen van een voorziening ingevolge deze regeling indienen.
2. In zijn aanvraag meldt de ambtenaar:
a. welke bronnen moeten worden ingezet en tot welk bedrag, en
b. of de inzet van een bron maandelijks of eenmalig geschiedt, en
c. of hij reeds levensloopaanspraken heeft opgebouwd.
3. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verklaring van de instelling waar de ambtenaar een levenslooprekening heeft geopend of levensloopverzekering heeft afgesloten; waarbij de verklaring de gegevens bevat van deze rekening respectievelijk verzekering waar de in te zetten bronnen op moeten worden gestort;
b. in het geval de ambtenaar geen levensloopaanspraken ingevolge een levensloopregeling heeft bij één of meer gewezen inhoudingsplichtigen, een schriftelijke verklaring van de ambtenaar hieromtrent;
c. in het geval de ambtenaar levensloopaanspraken ingevolge een levensloopregeling heeft bij één of meer gewezen inhoudingsplichtigen, een schriftelijke verklaring van de ambtenaar over de omvang van de levensloopaanspraken op 1 januari van het jaar van de aanvraag en bij welke instelling of instellingen deze levensloopaanspraken wordt aangehouden; en
d. een schriftelijke verklaring waarin de ambtenaar verklaart dat hij geen loon spaart of in het lopende jaar heeft gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wlb zoals dit artikel luidde op 31 december 2011.
4. De ambtenaar, die een aanvraag voor onbepaalde tijd voor het opbouwen van een voorziening heeft ingediend en levensloopaanspraken ingevolge een levensloopregeling heeft bij één of meer gewezen inhoudingsplichtigen, verstrekt het bevoegd gezag jaarlijks een schriftelijke verklaring over de omvang van deze levensloopaanspraken en bij welke instelling of instellingen deze levensloopaanspraken wordt aangehouden.
2. In zijn aanvraag meldt de ambtenaar:
a. welke bronnen moeten worden ingezet en tot welk bedrag, en
b. of de inzet van een bron maandelijks of eenmalig geschiedt, en
c. of hij reeds levensloopaanspraken heeft opgebouwd.
3. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verklaring van de instelling waar de ambtenaar een levenslooprekening heeft geopend of levensloopverzekering heeft afgesloten; waarbij de verklaring de gegevens bevat van deze rekening respectievelijk verzekering waar de in te zetten bronnen op moeten worden gestort;
b. in het geval de ambtenaar geen levensloopaanspraken ingevolge een levensloopregeling heeft bij één of meer gewezen inhoudingsplichtigen, een schriftelijke verklaring van de ambtenaar hieromtrent;
c. in het geval de ambtenaar levensloopaanspraken ingevolge een levensloopregeling heeft bij één of meer gewezen inhoudingsplichtigen, een schriftelijke verklaring van de ambtenaar over de omvang van de levensloopaanspraken op 1 januari van het jaar van de aanvraag en bij welke instelling of instellingen deze levensloopaanspraken wordt aangehouden; en
d. een schriftelijke verklaring waarin de ambtenaar verklaart dat hij geen loon spaart of in het lopende jaar heeft gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wlb zoals dit artikel luidde op 31 december 2011.
4. De ambtenaar, die een aanvraag voor onbepaalde tijd voor het opbouwen van een voorziening heeft ingediend en levensloopaanspraken ingevolge een levensloopregeling heeft bij één of meer gewezen inhoudingsplichtigen, verstrekt het bevoegd gezag jaarlijks een schriftelijke verklaring over de omvang van deze levensloopaanspraken en bij welke instelling of instellingen deze levensloopaanspraken wordt aangehouden.