BWBR0033849
Geldig vanaf 2013-09-13
Artikel 5
Regeling levensloop politie
1. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag tot het opbouwen van een voorziening ingevolge deze regeling.
2. Het bevoegd gezag wijst de aanvraag af, indien:
a. op 1 januari van het kalenderjaar sprake is van de situatie bedoeld in artikel 61e eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, zoals dit artikel luidde op 1 januari 2006, resp. artikel 5.6, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, zoals dit artikel luidde op 31 december 2011;
b. de ambtenaar al deelnemer is aan een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wlb, zoals dit artikel luidde op 31 december 2011.
3. De aanvraag kan door het bevoegd gezag worden afgewezen indien niet alle met de aanvraag gemoeide bescheiden zijn overlegd.
2. Het bevoegd gezag wijst de aanvraag af, indien:
a. op 1 januari van het kalenderjaar sprake is van de situatie bedoeld in artikel 61e eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, zoals dit artikel luidde op 1 januari 2006, resp. artikel 5.6, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, zoals dit artikel luidde op 31 december 2011;
b. de ambtenaar al deelnemer is aan een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wlb, zoals dit artikel luidde op 31 december 2011.
3. De aanvraag kan door het bevoegd gezag worden afgewezen indien niet alle met de aanvraag gemoeide bescheiden zijn overlegd.