BWBR0033498
Geldig vanaf 2013-10-01
Artikel 8
Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW
1. Deze regeling kent een bruto-overbruggingsuitkering voor:
a. de ongehuwde rechthebbende;
b. de gehuwde rechthebbende.
2. De bruto-overbruggingsuitkering bedraagt voor:
a. de ongehuwde rechthebbende € 1.509,42;
b. de gehuwde rechthebbende € 960,35.
3. De bruto-partneruitkering bedraagt € 960,35.
4. De bedragen, genoemd in het tweede en derde lid, worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet, wordt gewijzigd op zodanige wijze dat de netto-uitkering wordt gewijzigd met het percentage van de herziening van dat netto minimumloon. Van de gewijzigde bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt, wordt door of namens de Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
a. de ongehuwde rechthebbende;
b. de gehuwde rechthebbende.
2. De bruto-overbruggingsuitkering bedraagt voor:
a. de ongehuwde rechthebbende € 1.509,42;
b. de gehuwde rechthebbende € 960,35.
3. De bruto-partneruitkering bedraagt € 960,35.
4. De bedragen, genoemd in het tweede en derde lid, worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet, wordt gewijzigd op zodanige wijze dat de netto-uitkering wordt gewijzigd met het percentage van de herziening van dat netto minimumloon. Van de gewijzigde bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt, wordt door of namens de Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.