BWBR0033498
Geldig vanaf 2013-10-01
Artikel 7
Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW
1. Geen recht op een overbruggingsuitkering heeft de persoon wiens echtgenoot recht heeft op een toeslag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de AOW.
2. Geen recht op een overbruggingsuitkering heeft de persoon die niet in Nederland woont. Artikel 8a, tweede, derde en vijfde lid, van de AOWis van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘recht op toeslag’ telkens wordt gelezen ‘recht op een overbruggingsuitkering’ en voor ‘pensioengerechtigde’ telkens ‘rechthebbende’. Artikelen 5, eerste lid, en 11, eerste lid, van het Besluit regels export uitkeringenzijn eveneens van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘recht op een toeslag’ wordt gelezen ‘recht op een overbruggingsuitkering’, voor ‘pensioengerechtigde’ telkens wordt gelezen ‘rechthebbende’ en voor ‘ouderdomspensioen’ wordt gelezen ‘overbruggingsuitkering’.
3. De artikelen 8ben 8c van de AOWzijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor “ouderdomspensioen” telkens wordt gelezen: overbruggingsuitkering.
2. Geen recht op een overbruggingsuitkering heeft de persoon die niet in Nederland woont. Artikel 8a, tweede, derde en vijfde lid, van de AOWis van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘recht op toeslag’ telkens wordt gelezen ‘recht op een overbruggingsuitkering’ en voor ‘pensioengerechtigde’ telkens ‘rechthebbende’. Artikelen 5, eerste lid, en 11, eerste lid, van het Besluit regels export uitkeringenzijn eveneens van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘recht op een toeslag’ wordt gelezen ‘recht op een overbruggingsuitkering’, voor ‘pensioengerechtigde’ telkens wordt gelezen ‘rechthebbende’ en voor ‘ouderdomspensioen’ wordt gelezen ‘overbruggingsuitkering’.
3. De artikelen 8ben 8c van de AOWzijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor “ouderdomspensioen” telkens wordt gelezen: overbruggingsuitkering.