BWBR0015703
Geldig vanaf 2024-12-11
Artikel 37
Participatiewet
1. In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van die wet</a>over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen.
2. De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 157,5% van de algemene heffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964</a>, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover.
3. Onder consumentenprijsindex wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder in <a href="/wet/BWBR0002368/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet</a>wordt verstaan.
4. Met ingang van 1 januari 2028 wordt het in het tweede lid genoemde percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd met 2,5 procentpunt. Het gewijzigde percentage wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. Dit lid vervalt op het moment dat het in het tweede lid genoemde percentage de waarde van 100 heeft bereikt.
2. De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 157,5% van de algemene heffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964</a>, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover.
3. Onder consumentenprijsindex wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder in <a href="/wet/BWBR0002368/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet</a>wordt verstaan.
4. Met ingang van 1 januari 2028 wordt het in het tweede lid genoemde percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd met 2,5 procentpunt. Het gewijzigde percentage wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. Dit lid vervalt op het moment dat het in het tweede lid genoemde percentage de waarde van 100 heeft bereikt.