BWBR0033498
Geldig vanaf 2013-10-01
Artikel 18
Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW
1. Na het overlijden van de persoon aan wie een overbruggingsuitkering is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden, een overbruggingsuitkering in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van de echtgenoten;
b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan de persoon met wie de overledene in gezinsverband leefde.
2. Bij toepassing van het eerste lid is artikel 18, tweede tot en met zesde lid, van de AOWvan overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘ouderdomspensioen’, ‘pensioengerechtigde’ en ‘toeslag’ telkens wordt gelezen: overbruggingsuitkering, rechthebbende, onderscheidenlijk partneruitkering.
a. aan de langstlevende van de echtgenoten;
b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan de persoon met wie de overledene in gezinsverband leefde.
2. Bij toepassing van het eerste lid is artikel 18, tweede tot en met zesde lid, van de AOWvan overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘ouderdomspensioen’, ‘pensioengerechtigde’ en ‘toeslag’ telkens wordt gelezen: overbruggingsuitkering, rechthebbende, onderscheidenlijk partneruitkering.