BWBR0030399
Geldig vanaf 2011-11-16
Artikel 19
Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector rechterlijke macht 2008–2012
1. Aan een herplaatsingskandidaat aan wie op eigen verzoek ontslag is verleend wegens het aanvaarden van een functie elders dan bij een parket of gerecht of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister wordt op aanvraag gedurende vijf jaar een aanvulling op het inkomen toegekend, indien het in de nieuwe functie genoten inkomen lager is dan het inkomen in de oorspronkelijke functie.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/36t" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36t, tweede lid, Brra</a>bedraagt de aanvulling op het inkomen het verschil tussen het in de oorspronkelijke functie genoten inkomen, bestaande uit het salaris, de eindejaarsuitkering en de toelagen en de toeslagen, en het volledige inkomen genoten uit de nieuwe functie, tot een maximum van 30% van het oorspronkelijk genoten inkomen. Indien de arbeidsduurfactor uit de nieuwe dienstbetrekking een andere is dan die als rechterlijk ambtenaar, wordt het oorspronkelijke inkomen omgerekend naar de arbeidsduurfactor uit de nieuwe dienstbetrekking.
3. De aanvulling op het inkomen wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt het eerste jaar 100%, het tweede jaar 80%, het derde jaar 60%, het vierde jaar 40% en het vijfde jaar 20% van het vastgestelde verschil. De gewezen rechterlijk ambtenaar legt hiertoe een inkomensverklaring over de voorgaande twaalf maanden over.
4. Geen recht op een aanvulling op het inkomen bestaat:
a. indien bij vertrek een stimuleringspremie is toegekend als bedoeld in artikel 20, eerste of vierde lid, of een premie als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onder c;
b. indien gebruik wordt gemaakt van de salarissuppletie als bedoeld in artikel 36t van het Brra.
5. In aanvulling op <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/36t" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36t, derde lid, van het Brra</a>kan onder door Onze Minister of het gerechtsbestuur te stellen voorwaarden het recht op aanvulling op het inkomen op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar worden afgekocht tegen 40% van de gekapitaliseerde waarde op het moment van afkoop. De functionele autoriteit kan in individuele gevallen besluiten een hoger percentage toe te kennen.
6. De in het eerste lid bedoelde aanvulling kan worden toegewezen aan aangewezen rechterlijke ambtenaren.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/36t" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36t, tweede lid, Brra</a>bedraagt de aanvulling op het inkomen het verschil tussen het in de oorspronkelijke functie genoten inkomen, bestaande uit het salaris, de eindejaarsuitkering en de toelagen en de toeslagen, en het volledige inkomen genoten uit de nieuwe functie, tot een maximum van 30% van het oorspronkelijk genoten inkomen. Indien de arbeidsduurfactor uit de nieuwe dienstbetrekking een andere is dan die als rechterlijk ambtenaar, wordt het oorspronkelijke inkomen omgerekend naar de arbeidsduurfactor uit de nieuwe dienstbetrekking.
3. De aanvulling op het inkomen wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt het eerste jaar 100%, het tweede jaar 80%, het derde jaar 60%, het vierde jaar 40% en het vijfde jaar 20% van het vastgestelde verschil. De gewezen rechterlijk ambtenaar legt hiertoe een inkomensverklaring over de voorgaande twaalf maanden over.
4. Geen recht op een aanvulling op het inkomen bestaat:
a. indien bij vertrek een stimuleringspremie is toegekend als bedoeld in artikel 20, eerste of vierde lid, of een premie als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onder c;
b. indien gebruik wordt gemaakt van de salarissuppletie als bedoeld in artikel 36t van het Brra.
5. In aanvulling op <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/36t" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36t, derde lid, van het Brra</a>kan onder door Onze Minister of het gerechtsbestuur te stellen voorwaarden het recht op aanvulling op het inkomen op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar worden afgekocht tegen 40% van de gekapitaliseerde waarde op het moment van afkoop. De functionele autoriteit kan in individuele gevallen besluiten een hoger percentage toe te kennen.
6. De in het eerste lid bedoelde aanvulling kan worden toegewezen aan aangewezen rechterlijke ambtenaren.