Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. aangewezen rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die schriftelijk in kennis is gesteld dat hij een functie bekleedt die is aangewezen als behorend tot een functiegroep waarin zonder maatregelen op termijn sprake zal zijn van boventalligheid dan wel standplaatswijziging anders dan op eigen verzoek;
b. Brra: het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. functie: functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel a, van het Brra;
d. herplaatsingskandidaat: een herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 36h en 36i van het Brra;
e. herplaatsen: herplaatsen als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
f. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
g. passende functie: passende functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
h. reorganisatie: reorganisatie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel f, van het Brra;
i. wet:Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
2. Dit besluit is niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren werkzaam bij de Hoge Raad of het parket bij de Hoge Raad.
a. aangewezen rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die schriftelijk in kennis is gesteld dat hij een functie bekleedt die is aangewezen als behorend tot een functiegroep waarin zonder maatregelen op termijn sprake zal zijn van boventalligheid dan wel standplaatswijziging anders dan op eigen verzoek;
b. Brra: het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. functie: functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel a, van het Brra;
d. herplaatsingskandidaat: een herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 36h en 36i van het Brra;
e. herplaatsen: herplaatsen als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
f. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
g. passende functie: passende functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
h. reorganisatie: reorganisatie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel f, van het Brra;
i. wet:Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
2. Dit besluit is niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren werkzaam bij de Hoge Raad of het parket bij de Hoge Raad.