BWBR0030288
Geldig vanaf 2024-11-26
Artikel 140f
Uitvoeringsregeling zeevisserij
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, van verordening 2019/833en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 van verordening 2019/833vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van verordening 2019/833, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2B met uitzondering van Den Helder.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van verordening 2019/833, is de NVWA.
4. Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van verordening 2019/833, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.
2. Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van verordening 2019/833, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2B met uitzondering van Den Helder.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van verordening 2019/833, is de NVWA.
4. Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van verordening 2019/833, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.