BWBR0030288
Geldig vanaf 2024-11-26
Artikel 140k
Uitvoeringsregeling zeevisserij
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, derde tot en met vijfde lid, 5, 6, eerste lid, derde lid, eerste zin, vierde en zesde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, eerste zin, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde en vierde lid, 18, tweede en derde lid, 19, tweede, vijfde tot en met zevende, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 21, eerste en derde tot en met zesde lid, 23, zevende lid, 24, eerste lid, en 27 van verordening 2021/56.
2. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56te vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:
a. het waarborgen van de aanwezigheid van een wetenschappelijk waarnemer op beugvisserijvaartuigen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van verordening 2021/56;
b. het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen a tot en met o, van verordening 2021/56, aan RVO.
c. het beschikken over een statistisch document of certificaat als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van verordening 2021/56 in het geval bedoeld in dit lid.
4. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56die zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van verordening 2021/56in strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, van verordening 2021/56vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56te vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:
a. het waarborgen van de aanwezigheid van een wetenschappelijk waarnemer op beugvisserijvaartuigen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van verordening 2021/56;
b. het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen a tot en met o, van verordening 2021/56, aan RVO.
c. het beschikken over een statistisch document of certificaat als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van verordening 2021/56 in het geval bedoeld in dit lid.
4. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56die zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van verordening 2021/56in strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, van verordening 2021/56vastgestelde gedelegeerde handelingen.