BWBR0030288
Geldig vanaf 2024-11-26
Artikel 140l
Uitvoeringsregeling zeevisserij
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste en vierde lid, 7, eerste tot en met zesde lid, 8, 9, eerste tot en met derde lid, 10, eerste lid, 11, eerste, derde en vierde lid, 12 tot en met 14, 15, eerste, tweede en vierde lid, 16, 17, eerste tot en met derde lid, 18, 19, 20, eerste tot en met derde lid, 21, eerste zin, 25, 26, 28, zevende lid, 29, tweede en vierde lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste en tweede lid, eerste zin, 35, 37, tweede lid, tweede zin, en 40, derde lid, van verordening 2022/2056.
2. Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van verordening 2022/2056.
3. Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van verordening 2022/2056.
4. Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van verordening 2022/2056, voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van verordening 2022/2056.
5. Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van verordening 2022/2056, te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van verordening 2022/2056.
6. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, van verordening 2022/2056vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van verordening 2022/2056.
3. Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van verordening 2022/2056.
4. Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van verordening 2022/2056, voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van verordening 2022/2056.
5. Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van verordening 2022/2056, te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van verordening 2022/2056.
6. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, van verordening 2022/2056vastgestelde gedelegeerde handelingen.