BWBR0029789
Geldig vanaf 2013-03-25
Artikel 5.4
Besluit lozen buiten inrichtingen
1. Artikel 3.4, tweede lid, is niet van toepassing ten aanzien van lozen dat is aangevangen voor de inwerkingtreding van dat artikellid.
2. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het lozen in het vuilwaterriool van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, die met het oog op bescherming van de bodem is aangelegd, en dat reeds plaatsvond voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.4, tweede lid, niet langer is toegestaan na een in dat maatwerkvoorschrift genoemd tijdstip.
3. Artikel 3.5is niet van toepassing op bruggen en viaducten waarvan de aanleg voor de inwerkingtreding van artikel 3.5 is aangevangen. Lozen van afvloeiend hemelwater van in de eerste volzin bedoelde bruggen en viaducten is met inachtneming van artikel 5.1toegestaan.
4. Artikel 3.5is met betrekking tot wegen en andere kunstwerken voor het verkeer waarvan de aanleg voor de inwerkingtreding van artikel 3.5 is aangevangen van toepassing met ingang van het tijdstip waarop na de inwerkingtreding van artikel 3.5 een ingrijpende wijziging van die wegen en andere kunstwerken voor het verkeer is afgerond. Tot dat tijdstip is het lozen van afvloeiend hemelwater van in de eerste volzin bedoelde rijks- en provinciale wegen en andere kunstwerken met inachtneming van artikel 5.1toegestaan.
2. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het lozen in het vuilwaterriool van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, die met het oog op bescherming van de bodem is aangelegd, en dat reeds plaatsvond voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.4, tweede lid, niet langer is toegestaan na een in dat maatwerkvoorschrift genoemd tijdstip.
3. Artikel 3.5is niet van toepassing op bruggen en viaducten waarvan de aanleg voor de inwerkingtreding van artikel 3.5 is aangevangen. Lozen van afvloeiend hemelwater van in de eerste volzin bedoelde bruggen en viaducten is met inachtneming van artikel 5.1toegestaan.
4. Artikel 3.5is met betrekking tot wegen en andere kunstwerken voor het verkeer waarvan de aanleg voor de inwerkingtreding van artikel 3.5 is aangevangen van toepassing met ingang van het tijdstip waarop na de inwerkingtreding van artikel 3.5 een ingrijpende wijziging van die wegen en andere kunstwerken voor het verkeer is afgerond. Tot dat tijdstip is het lozen van afvloeiend hemelwater van in de eerste volzin bedoelde rijks- en provinciale wegen en andere kunstwerken met inachtneming van artikel 5.1toegestaan.