BWBR0029789
Geldig vanaf 2013-03-25
Artikel 3.21
Besluit lozen buiten inrichtingen
1. Bij het anders dan in het kader van het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam lozen van water dat als transportmedium is gebruikt bij het via leidingen transporteren van zand wordt voldaan aan het tweede en het derde lid.
2. Het lozen in een oppervlaktewaterlichaam is toegestaan, indien:
a. het gehalte aan chloride in enig steekmonster niet meer bedraagt dan 200 milligram per liter; en
b. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan 200 milligram per liter.
3. In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift hogere gehalten bepalen dan de in dat lid genoemde gehalten, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Het lozen in een oppervlaktewaterlichaam is toegestaan, indien:
a. het gehalte aan chloride in enig steekmonster niet meer bedraagt dan 200 milligram per liter; en
b. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan 200 milligram per liter.
3. In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift hogere gehalten bepalen dan de in dat lid genoemde gehalten, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.