BWBR0029725
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 36
Regeling Stimuleringssubsidies 2
1. Degene aan wie een startstipendium is verstrekt dient opgaaf te doen van zijn genoten inkomen over het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie is verstrekt. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van het jaar waarin de periode eindigt, doch uiterlijk vóór 15 juli van het daaropvolgende jaar te geschieden.
2. Indien de aanvrager bedoeld in het eerste lid van dit artikel, aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen als bedoeld in het vierde lid een fotokopie van de aangifte(n) te worden verstrekt, alsmede een fotokopie van de aanslag(en), zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
3. Indien het belastbaar inkomen van de kunstenaar in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover aan hem het startstipendium zich uitstrekt hoger blijkt te zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 10 eerste lid beslist het bestuur het meerdere bedrag van de kunstenaar terug te vorderen.
4. Het bestuur heeft het recht om, indien een verlening van een basisstipendium heeft plaatsgevonden met toepassing van artikel 14 vierde lid en indien de hoogte van het feitelijk inkomen in het jaar van verlening of het daaropvolgende jaar hoger is dan het inkomen zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, de verlening in te trekken en eventueel uitbetaalde verstrekkingen terug te vorderen.
5. Degene aan wie een basisstipendium is toegekend dient, indien het bestuur daarom verzoekt opgaaf te doen van zijn inkomen over het jaar waarin de verlening heeft plaatsgevonden en/of een of meerdere verstrekkingen op grond van de verlening hebben plaatsgevonden. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het daar opvolgende jaar te geschieden. Indien de aanvrager aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen bedoeld in dit artikel een kopie van de aangifte te worden verstrekt alsmede een kopie van de definitieve aanslag, zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
6. Indien de opgave als bedoeld in het achtste lid van dit artikel niet tijdig wordt ingediend heeft het bestuur het recht, tot het moment waarop de opgave alsnog is ingediend, verdere verstrekkingen op te schorten en/of reeds uitbetaalde verstrekkingen terug te vorderen.
7. Degene aan wie een flexibele bijdrage werkbudget is toegekend dient een overzicht van de gedane uitgaven en de verkregen inkomsten, zoveel mogelijk gestaafd met bewijsstukken in te dienen.
8. Degene aan wie een subsidie is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na de door het bestuur gesubsidieerde periode een verslag over de verrichte werkzaamheden in te dienen, voorzien van deugdelijke visuele documentatie.
9. De subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in de voorgaande leden genoemde bescheiden, voor zover van toepassing.
10. Indien de subsidie niet definitief kan worden vastgesteld, doordat de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarden zal de toekenning worden ingetrokken. Reeds betaalde verstrekkingen kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.
2. Indien de aanvrager bedoeld in het eerste lid van dit artikel, aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen als bedoeld in het vierde lid een fotokopie van de aangifte(n) te worden verstrekt, alsmede een fotokopie van de aanslag(en), zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
3. Indien het belastbaar inkomen van de kunstenaar in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover aan hem het startstipendium zich uitstrekt hoger blijkt te zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 10 eerste lid beslist het bestuur het meerdere bedrag van de kunstenaar terug te vorderen.
4. Het bestuur heeft het recht om, indien een verlening van een basisstipendium heeft plaatsgevonden met toepassing van artikel 14 vierde lid en indien de hoogte van het feitelijk inkomen in het jaar van verlening of het daaropvolgende jaar hoger is dan het inkomen zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, de verlening in te trekken en eventueel uitbetaalde verstrekkingen terug te vorderen.
5. Degene aan wie een basisstipendium is toegekend dient, indien het bestuur daarom verzoekt opgaaf te doen van zijn inkomen over het jaar waarin de verlening heeft plaatsgevonden en/of een of meerdere verstrekkingen op grond van de verlening hebben plaatsgevonden. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het daar opvolgende jaar te geschieden. Indien de aanvrager aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen bedoeld in dit artikel een kopie van de aangifte te worden verstrekt alsmede een kopie van de definitieve aanslag, zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
6. Indien de opgave als bedoeld in het achtste lid van dit artikel niet tijdig wordt ingediend heeft het bestuur het recht, tot het moment waarop de opgave alsnog is ingediend, verdere verstrekkingen op te schorten en/of reeds uitbetaalde verstrekkingen terug te vorderen.
7. Degene aan wie een flexibele bijdrage werkbudget is toegekend dient een overzicht van de gedane uitgaven en de verkregen inkomsten, zoveel mogelijk gestaafd met bewijsstukken in te dienen.
8. Degene aan wie een subsidie is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na de door het bestuur gesubsidieerde periode een verslag over de verrichte werkzaamheden in te dienen, voorzien van deugdelijke visuele documentatie.
9. De subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in de voorgaande leden genoemde bescheiden, voor zover van toepassing.
10. Indien de subsidie niet definitief kan worden vastgesteld, doordat de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarden zal de toekenning worden ingetrokken. Reeds betaalde verstrekkingen kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl