BWBR0029725
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 19
Regeling Stimuleringssubsidies 2
1. Een bijdrage werkbudget kan worden verstrekt aan kunstenaars en bemiddelaars.
2. Een kunstenaar aan wie een bijdrage werkbudget wordt verstrekt dient tenminste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel tenminste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd.
3. Een bemiddelaar die een bijdrage werkbudget aanvraagt dient tenminste twee jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als bemiddelaar op het gebied van de beeldende kunsten. Dit moet worden aangetoond aan de hand van publicaties, tentoonstellingen, onderzoeken en/of geïnitieerde projecten.
4. Indien de aan een kunstenaar of bemiddelaar toegekende bijdrages werkbudget, exclusief de projectkosten, in een periode van 48 kalendermaanden gedurende 24 maanden een bijdrage in de kosten van levensonderhoud is verstrekt, kan gedurende die periode uitsluitend nog een bijdrage in de projectkosten worden aangevraagd.
5. Indien bij een aanvraag voor een bijdrage werkbudget een andere partij is betrokken zoals een museum, een galerie, of een bedrijf dient de financiële bijdrage die deze bij het project betrokken partijen leveren in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Fonds.
6. In afwijking van artikel 5 lid 2 kan een bijdrage werkbudget worden aangevraagd door studenten van het Tweede Fase/master onderwijs en deelnemers aan postacademische opleidingen, zoals de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, de Jan van Eyck Academie, het NIAF en de Ateliers indien het plan waarvoor de aanvraag wordt ingediend buiten de opleiding of de werkplaats valt en wordt uitgevoerd op uitnodiging van een andere instelling. Dit dient te worden gestaafd door verklaringen van de opleiding dan wel de werkplaats en de uitnodigende instelling.
7. Tentoonstellingen en andere presentaties van werk van beeldend kunstenaars zijn niet subsidiabel.
8. Geen bijdrage werkbudget wordt verstrekt voor productie van een publicatie, voor reguliere werkzaamheden, voor reguliere tentoonstellingskosten en voor reguliere beroepskosten.
2. Een kunstenaar aan wie een bijdrage werkbudget wordt verstrekt dient tenminste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel tenminste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd.
3. Een bemiddelaar die een bijdrage werkbudget aanvraagt dient tenminste twee jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als bemiddelaar op het gebied van de beeldende kunsten. Dit moet worden aangetoond aan de hand van publicaties, tentoonstellingen, onderzoeken en/of geïnitieerde projecten.
4. Indien de aan een kunstenaar of bemiddelaar toegekende bijdrages werkbudget, exclusief de projectkosten, in een periode van 48 kalendermaanden gedurende 24 maanden een bijdrage in de kosten van levensonderhoud is verstrekt, kan gedurende die periode uitsluitend nog een bijdrage in de projectkosten worden aangevraagd.
5. Indien bij een aanvraag voor een bijdrage werkbudget een andere partij is betrokken zoals een museum, een galerie, of een bedrijf dient de financiële bijdrage die deze bij het project betrokken partijen leveren in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Fonds.
6. In afwijking van artikel 5 lid 2 kan een bijdrage werkbudget worden aangevraagd door studenten van het Tweede Fase/master onderwijs en deelnemers aan postacademische opleidingen, zoals de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, de Jan van Eyck Academie, het NIAF en de Ateliers indien het plan waarvoor de aanvraag wordt ingediend buiten de opleiding of de werkplaats valt en wordt uitgevoerd op uitnodiging van een andere instelling. Dit dient te worden gestaafd door verklaringen van de opleiding dan wel de werkplaats en de uitnodigende instelling.
7. Tentoonstellingen en andere presentaties van werk van beeldend kunstenaars zijn niet subsidiabel.
8. Geen bijdrage werkbudget wordt verstrekt voor productie van een publicatie, voor reguliere werkzaamheden, voor reguliere tentoonstellingskosten en voor reguliere beroepskosten.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl