BWBR0029725
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 18
Regeling Stimuleringssubsidies 2
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een basisstipendium of een aanvraag als bedoeld in artikel 16 lid 1 dient het bevoegd adviesorgaan te beoordelen of de artistieke prestaties van de aanvrager van belang zijn voor de hedendaagse beeldende kunst.
2. Bij de advisering dient het bevoegd adviesorgaan, in onderlinge samenhang, de volgende aspecten te betrekken in haar oordeel over het belang van de artistieke prestaties van de aanvrager.
– de kwaliteit van het werk van de aanvrager;
– de erkenning van het kunstenaarschap van de aanvrager als aspect van het cultureel ondernemerschap;
– andere aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht dan brengt zij een positief advies uit.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid een en twee van dit artikel. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
2. Bij de advisering dient het bevoegd adviesorgaan, in onderlinge samenhang, de volgende aspecten te betrekken in haar oordeel over het belang van de artistieke prestaties van de aanvrager.
– de kwaliteit van het werk van de aanvrager;
– de erkenning van het kunstenaarschap van de aanvrager als aspect van het cultureel ondernemerschap;
– andere aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht dan brengt zij een positief advies uit.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid een en twee van dit artikel. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl