BWBR0029725
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 22
Regeling Stimuleringssubsidies 2
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een bijdrage werkbudget dient het bevoegd een oordeel te geven over de in artikel 2 bedoelde artistieke prestaties.
In het oordeel over de artistieke prestaties wordt de kwaliteit van het werk en het cultureel ondernemerschap betrokken. Daarnaast beoordeelt het bevoegd adviesorgaan of het bij de aanvraag behorende plan in samenhang met de artistieke prestaties van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst.
2. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het plan van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
4. In in de toelichting bij het aanvraagformulier genoemde omstandigheden kan het bevoegd adviesorgaan volstaan met de beoordeling van het bij de aanvraag behorende plan. Indien het adviesorgaan dit niet van voldoende belang acht komt zij tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegde adviesorgaan het plan wel van voldoende belang acht, beoordeelt zij de de artistieke prestaties zoals bedoeld in artikel 2 van de kunstenaars waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Daarnaast beoordeelt het bevoegd adviesorgaan of het bij de aanvraag behorende plan in samenhang met de artistieke prestaties van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst. Indien het bevoegde adviesorgaan positief oordeelt over deze prestaties in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
5. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
In het oordeel over de artistieke prestaties wordt de kwaliteit van het werk en het cultureel ondernemerschap betrokken. Daarnaast beoordeelt het bevoegd adviesorgaan of het bij de aanvraag behorende plan in samenhang met de artistieke prestaties van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst.
2. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het plan van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
4. In in de toelichting bij het aanvraagformulier genoemde omstandigheden kan het bevoegd adviesorgaan volstaan met de beoordeling van het bij de aanvraag behorende plan. Indien het adviesorgaan dit niet van voldoende belang acht komt zij tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegde adviesorgaan het plan wel van voldoende belang acht, beoordeelt zij de de artistieke prestaties zoals bedoeld in artikel 2 van de kunstenaars waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Daarnaast beoordeelt het bevoegd adviesorgaan of het bij de aanvraag behorende plan in samenhang met de artistieke prestaties van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst. Indien het bevoegde adviesorgaan positief oordeelt over deze prestaties in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
5. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
- Citeren als
- Art. 22
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl