BWBR0028907
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 20
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Een financiële onderneming kan voor een securitisatiepositie zonder externe kredietbeoordeling de in het tweede lid uiteengezette behandeling toepassen bij de berekening van de risicogewogen post met betrekking tot die securitisatiepositie, mits de samenstelling van de pool van gesecuritiseerde vorderingen te allen tijde bekend is.
2. Wanneer de financiële onderneming overeenkomstig de artikelen 61, 61a, 82, eerste lid, 83 en 88 van het Besluit het gewogen gemiddelde risicogewicht kan bepalen dat op de gesecuritiseerde vorderingen zou worden toegepast door een financiële onderneming die de vorderingen aanhoudt, kan zij dat risicogewicht op de securitisatiepositie toepassen, mits vermenigvuldigd met een concentratiefactor. Deze concentratiefactor is gelijk aan de som van de nominale bedragen van alle tranches, gedeeld door de som van de nominale bedragen van de tranches met een lagere rangorde dan, of gelijkwaardig aan de tranche waarin de securitisatiepositie wordt aangehouden, met inbegrip van die tranche zelf. Het resulterende risicogewicht dat op de securitisatiepositie wordt toegepast is ten hoogste gelijk aan 1250% en minstens gelijk aan het risicogewicht dat van toepassing is op een tranche met een hogere rangorde waarvoor een externe kredietbeoordeling beschikbaar is.
3. Wanneer de financiële onderneming niet in staat is de risicogewichten te bepalen die overeenkomstig de artikelen 61, 61a, 82, eerste lid, 83 en 88 van het Besluit op de gesecuritiseerde vorderingen van toepassing zouden zijn, past zij een risicogewicht van 1250% op de securitisatiepositie toe.
2. Wanneer de financiële onderneming overeenkomstig de artikelen 61, 61a, 82, eerste lid, 83 en 88 van het Besluit het gewogen gemiddelde risicogewicht kan bepalen dat op de gesecuritiseerde vorderingen zou worden toegepast door een financiële onderneming die de vorderingen aanhoudt, kan zij dat risicogewicht op de securitisatiepositie toepassen, mits vermenigvuldigd met een concentratiefactor. Deze concentratiefactor is gelijk aan de som van de nominale bedragen van alle tranches, gedeeld door de som van de nominale bedragen van de tranches met een lagere rangorde dan, of gelijkwaardig aan de tranche waarin de securitisatiepositie wordt aangehouden, met inbegrip van die tranche zelf. Het resulterende risicogewicht dat op de securitisatiepositie wordt toegepast is ten hoogste gelijk aan 1250% en minstens gelijk aan het risicogewicht dat van toepassing is op een tranche met een hogere rangorde waarvoor een externe kredietbeoordeling beschikbaar is.
3. Wanneer de financiële onderneming niet in staat is de risicogewichten te bepalen die overeenkomstig de artikelen 61, 61a, 82, eerste lid, 83 en 88 van het Besluit op de gesecuritiseerde vorderingen van toepassing zouden zijn, past zij een risicogewicht van 1250% op de securitisatiepositie toe.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl