BWBR0028907
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 21
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Behoudens de mogelijkheid van een gunstiger behandeling op basis van afdeling 4.4., kan een financiële onderneming op securitisatieposities zonder externe kredietbeoordeling in het kader van een ABCP-programma die voldoen aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden een risicogewicht toepassen dat het hoogste is van de twee volgende:
a. 100%; of
b. het hoogste risicogewicht dat overeenkomstig de artikelen 61, 61a, 82, eerste lid, 83 en 88 van het Besluit op een van de gesecuritiseerde vorderingen zou worden toegepast door een financiële onderneming die de vorderingen aanhoudt.
2. Het in het eerste lid bedoelde risicogewicht kan uitsluitend worden toegepast, indien:
a. de securitisatiepositie een tranche betreft die economisch gezien een tweede-verliespositie of hoger in de securitisatie inneemt, waarbij de eerste-verliestranche een significante kredietverbetering biedt aan de tweede verliestranche;
b. de securitisatiepositie van gelijke kwaliteit is als investment grade of hoger;
c. de securitisatiepositie aangehouden wordt door een financiële onderneming die geen securitisatiepositie in de eerste-verliestranche inneemt;
d. de kredietverbetering bij aanvang van de securitisatie is vastgesteld, en de kredietverbetering contractueel alleen kan toenemen, indien: 1°. de securitisatie wordt uitgebreid met een andere pool van vorderingen; en
2°. deze aanvullende kredietverbetering niet aan bestaande gesecuritiseerde vorderingen wordt verschaft;
1°. de securitisatie wordt uitgebreid met een andere pool van vorderingen; en
2°. deze aanvullende kredietverbetering niet aan bestaande gesecuritiseerde vorderingen wordt verschaft;
e. de kredietverbetering afzonderlijk is gedocumenteerd van andere door de financiële onderneming verschafte faciliteiten, en de aan de kredietverbetering verbonden risico’s duidelijk zijn gedefinieerd;
f. de financiële onderneming de SSPE en de investeerders voldoende heeft geïnformeerd over het feit dat zij niet verantwoordelijk is voor verliezen die buiten het contract vallen en dat zij dergelijke verliezen niet zal dragen; en
g. de betaling van de vergoeding voor de kredietverbetering niet is achtergesteld ten opzichte van de eerste-verliestranche, niet kan worden opgeschort en er geen afstand van kan worden gedaan.
a. 100%; of
b. het hoogste risicogewicht dat overeenkomstig de artikelen 61, 61a, 82, eerste lid, 83 en 88 van het Besluit op een van de gesecuritiseerde vorderingen zou worden toegepast door een financiële onderneming die de vorderingen aanhoudt.
2. Het in het eerste lid bedoelde risicogewicht kan uitsluitend worden toegepast, indien:
a. de securitisatiepositie een tranche betreft die economisch gezien een tweede-verliespositie of hoger in de securitisatie inneemt, waarbij de eerste-verliestranche een significante kredietverbetering biedt aan de tweede verliestranche;
b. de securitisatiepositie van gelijke kwaliteit is als investment grade of hoger;
c. de securitisatiepositie aangehouden wordt door een financiële onderneming die geen securitisatiepositie in de eerste-verliestranche inneemt;
d. de kredietverbetering bij aanvang van de securitisatie is vastgesteld, en de kredietverbetering contractueel alleen kan toenemen, indien: 1°. de securitisatie wordt uitgebreid met een andere pool van vorderingen; en
2°. deze aanvullende kredietverbetering niet aan bestaande gesecuritiseerde vorderingen wordt verschaft;
1°. de securitisatie wordt uitgebreid met een andere pool van vorderingen; en
2°. deze aanvullende kredietverbetering niet aan bestaande gesecuritiseerde vorderingen wordt verschaft;
e. de kredietverbetering afzonderlijk is gedocumenteerd van andere door de financiële onderneming verschafte faciliteiten, en de aan de kredietverbetering verbonden risico’s duidelijk zijn gedefinieerd;
f. de financiële onderneming de SSPE en de investeerders voldoende heeft geïnformeerd over het feit dat zij niet verantwoordelijk is voor verliezen die buiten het contract vallen en dat zij dergelijke verliezen niet zal dragen; en
g. de betaling van de vergoeding voor de kredietverbetering niet is achtergesteld ten opzichte van de eerste-verliestranche, niet kan worden opgeschort en er geen afstand van kan worden gedaan.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl