BWBR0028907
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 14
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Voor de toepassing van artikel 85 van het Besluit en van artikel 13 wordt de risicogewogen post van een securitisatiepositie berekend door het relevante risicogewicht op de waarde van de securitisatiepositie toe te passen overeenkomstig de in het tweede tot en met vijfde lid en in de hoofdstukken 4, 5 en 6 beschreven wijze.
2. De waarde van een op de balans gepresenteerde securitisatiepositie is, onverminderd het bepaalde in artikel 13, derde lid:
a. indien een financiële onderneming de risicogewogen posten berekent overeenkomstig de standaardbenadering, bedoeld in hoofdstuk 4: gelijk aan de balanswaarde van de securitisatiepositie; of
b. indien een financiële onderneming de risicogewogen posten berekent overeenkomstig de op ratings gebaseerde methode, bedoeld in hoofdstuk 5: gelijk aan de balanswaarde van de securitisatiepositie exclusief waardeaanpassingen.
3. De waarde van een niet uit de balans blijkende securitisatiepositie is, onverminderd het bepaalde in artikel 13, derde lid, gelijk aan haar nominale waarde vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor van 100%, tenzij in dit hoofdstuk een andere omrekeningsfactor is aangegeven.
4. De waarde van een securitisatiepositie die voortvloeit uit een in bijlage B bij het Besluit vermeld derivaat wordt bepaald overeenkomstig hoofdstuk 5 van de Rsk 2010.
5. Wanneer op een securitisatiepositie een volgestorte kredietprotectie van toepassing is, kan de waarde van die positie worden gewijzigd overeenkomstig de in de artikelen 81, zesde lid, en 82, eerste lid, van het Besluit bedoelde vereisten.
6. Wanneer een financiële onderneming twee of meer posities in een securitisatie heeft die elkaar overlappen, is zij verplicht om in de mate waarin de posities elkaar overlappen bij haar berekening van risicogewogen posten uitsluitend de positie of deelpositie in aanmerking te nemen die de hogere risicogewogen posten oplevert. De financiële onderneming kan een dergelijke overlap tussen kapitaalvereisten voor specifieke risico's voor posities in de handelsportefeuille en kapitaalvereisten voor posities in de beleggingsportefeuille ook erkennen, mits de financiële onderneming in staat is de kapitaalvereisten voor de posities in kwestie te berekenen en te vergelijken.
7. Wanneer sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 15, onder d, dan mag de financiële onderneming voor het asset backed commercial paper (ABCP), na toestemming van DNB, voor de berekening van de bijbehorende risicogewogen post het toegekende risicogewicht van een liquiditeitsfaciliteit hanteren indien de liquiditeitsfaciliteit van gelijke rang is als het ABCP waardoor zij overlappende posities vormen en het uigegeven ABCP voor 100% onder de liquiditeitsfaciliteiten valt.
2. De waarde van een op de balans gepresenteerde securitisatiepositie is, onverminderd het bepaalde in artikel 13, derde lid:
a. indien een financiële onderneming de risicogewogen posten berekent overeenkomstig de standaardbenadering, bedoeld in hoofdstuk 4: gelijk aan de balanswaarde van de securitisatiepositie; of
b. indien een financiële onderneming de risicogewogen posten berekent overeenkomstig de op ratings gebaseerde methode, bedoeld in hoofdstuk 5: gelijk aan de balanswaarde van de securitisatiepositie exclusief waardeaanpassingen.
3. De waarde van een niet uit de balans blijkende securitisatiepositie is, onverminderd het bepaalde in artikel 13, derde lid, gelijk aan haar nominale waarde vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor van 100%, tenzij in dit hoofdstuk een andere omrekeningsfactor is aangegeven.
4. De waarde van een securitisatiepositie die voortvloeit uit een in bijlage B bij het Besluit vermeld derivaat wordt bepaald overeenkomstig hoofdstuk 5 van de Rsk 2010.
5. Wanneer op een securitisatiepositie een volgestorte kredietprotectie van toepassing is, kan de waarde van die positie worden gewijzigd overeenkomstig de in de artikelen 81, zesde lid, en 82, eerste lid, van het Besluit bedoelde vereisten.
6. Wanneer een financiële onderneming twee of meer posities in een securitisatie heeft die elkaar overlappen, is zij verplicht om in de mate waarin de posities elkaar overlappen bij haar berekening van risicogewogen posten uitsluitend de positie of deelpositie in aanmerking te nemen die de hogere risicogewogen posten oplevert. De financiële onderneming kan een dergelijke overlap tussen kapitaalvereisten voor specifieke risico's voor posities in de handelsportefeuille en kapitaalvereisten voor posities in de beleggingsportefeuille ook erkennen, mits de financiële onderneming in staat is de kapitaalvereisten voor de posities in kwestie te berekenen en te vergelijken.
7. Wanneer sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 15, onder d, dan mag de financiële onderneming voor het asset backed commercial paper (ABCP), na toestemming van DNB, voor de berekening van de bijbehorende risicogewogen post het toegekende risicogewicht van een liquiditeitsfaciliteit hanteren indien de liquiditeitsfaciliteit van gelijke rang is als het ABCP waardoor zij overlappende posities vormen en het uigegeven ABCP voor 100% onder de liquiditeitsfaciliteiten valt.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl