BWBR0028498
Geldig vanaf 2010-10-01
Artikel 7
Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren
Voor ontgrondingen in kanalen en in het zomerbedgedeelte van rivieren in beheer bij het Rijk, alsmede de daarmee in open verbinding staande havens onder beheer van het Rijk kan een ontgrondingsvergunning worden verleend, waarbij de ontgronding in ieder geval:
a. geen ongewenste erosie of sedimentatie van het rivierbed tot gevolg heeft, noch op de locatie van de ontgronding, noch elders,
b. het rivierkundig gewenste evenwicht in de bodemligging en de stabiliteit van infrastructuur niet verstoort,
c. niet leidt tot substantiële waterstandsverhogingen in maatgevende situaties als bedoeld in de Beleidsregels grote rivieren en hoofdstuk 6, §6 van het Waterbesluit,
d. geen belemmering vormt voor huidige/geplande/toekomstige rivierverruimingsprojecten als bedoeld in de Planologische kernbeslissing Ruimte voor de rivier en het project Zandmaas II,
e. niet leidt tot een structurele beperking van de scheepvaart, en
f. niet leidt tot ongewenste grondwaterstandveranderingen.
a. geen ongewenste erosie of sedimentatie van het rivierbed tot gevolg heeft, noch op de locatie van de ontgronding, noch elders,
b. het rivierkundig gewenste evenwicht in de bodemligging en de stabiliteit van infrastructuur niet verstoort,
c. niet leidt tot substantiële waterstandsverhogingen in maatgevende situaties als bedoeld in de Beleidsregels grote rivieren en hoofdstuk 6, §6 van het Waterbesluit,
d. geen belemmering vormt voor huidige/geplande/toekomstige rivierverruimingsprojecten als bedoeld in de Planologische kernbeslissing Ruimte voor de rivier en het project Zandmaas II,
e. niet leidt tot een structurele beperking van de scheepvaart, en
f. niet leidt tot ongewenste grondwaterstandveranderingen.