BWBR0028498
Geldig vanaf 2010-10-01
Artikel 3
Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren
1. Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning kan uitsluitend worden verleend voor winning die plaatsvindt dieper dan 5 meter beneden NAP:
a. in de in onderdelen A en B van de Bijlage aangewezen gedeelten van het Marsdiep, de Vlie, het Friesche Zeegat en de Voordelta;
b. in de in onderdeel B van de Bijlage aangewezen gedeelten van de Westerschelde inclusief de aangrenzende Noordzeekustzone, met het oog op de kustverdediging, of
c. in de overige delen van de Noordzee vanaf 3 mijl uit de kust gemeten bij LAT tot 50 km uit de kust.
2. De jaarlijks te winnen hoeveelheid schelpen voor de in onderdeel A van de Bijlageaangewezen gebieden van de Waddenzee inclusief de aangrenzende Noordzeekustzone is maximaal 180.000 m 3waarbij een maximum geldt van:
a. 54.000 m3 voor het Marsdiep,
b. 126.000 m3 voor de Vlie,
c. 18.000 m3 voor het Friesche Zeegat, met dien verstande dat voor deze gebieden binnen de grenzen van het gebied van de Planologische kernbeslissing Derde Nota Waddenzee zoals weergegeven in onderdeel A van de Bijlage maximaal 90.000 m3 gewonnen kan worden.
3. De jaarlijks te winnen hoeveelheid schelpen voor de in onderdeel B van de Bijlageaangewezen gebieden van de Voordelta is maximaal 40.000 m 3.
4. De jaarlijks te winnen hoeveelheid schelpen voor de in onderdeel B van de Bijlageaangewezen gebieden van de Westerschelde en de aangrenzende Noordzeekuststrook is maximaal 40.000 m 3.
5. Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder c, geldt geen kwantitatieve beperking.
6. Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning wordt verleend voor ten hoogste drie jaar.
a. in de in onderdelen A en B van de Bijlage aangewezen gedeelten van het Marsdiep, de Vlie, het Friesche Zeegat en de Voordelta;
b. in de in onderdeel B van de Bijlage aangewezen gedeelten van de Westerschelde inclusief de aangrenzende Noordzeekustzone, met het oog op de kustverdediging, of
c. in de overige delen van de Noordzee vanaf 3 mijl uit de kust gemeten bij LAT tot 50 km uit de kust.
2. De jaarlijks te winnen hoeveelheid schelpen voor de in onderdeel A van de Bijlageaangewezen gebieden van de Waddenzee inclusief de aangrenzende Noordzeekustzone is maximaal 180.000 m 3waarbij een maximum geldt van:
a. 54.000 m3 voor het Marsdiep,
b. 126.000 m3 voor de Vlie,
c. 18.000 m3 voor het Friesche Zeegat, met dien verstande dat voor deze gebieden binnen de grenzen van het gebied van de Planologische kernbeslissing Derde Nota Waddenzee zoals weergegeven in onderdeel A van de Bijlage maximaal 90.000 m3 gewonnen kan worden.
3. De jaarlijks te winnen hoeveelheid schelpen voor de in onderdeel B van de Bijlageaangewezen gebieden van de Voordelta is maximaal 40.000 m 3.
4. De jaarlijks te winnen hoeveelheid schelpen voor de in onderdeel B van de Bijlageaangewezen gebieden van de Westerschelde en de aangrenzende Noordzeekuststrook is maximaal 40.000 m 3.
5. Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder c, geldt geen kwantitatieve beperking.
6. Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning wordt verleend voor ten hoogste drie jaar.