BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 63
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Indien het Gerecht de noodregeling uitspreekt, oefent de Bank bij uitsluiting alle bevoegdheden van de bestuurders, de commissarissen of de vertegenwoordiger van de verzekeraar uit.
2. De Bank waakt voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.
3. De bestuurders, de commissarissen of de vertegenwoordiger van de verzekeraar zijn verplicht bij de uitoefening door de Bank van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden alle door de Bank gevraagde medewerking te verlenen.
4. De Bank is bevoegd de bestuurders of de vertegenwoordiger van de verzekeraar te machtigen bepaalde handelingen te verrichten.
5. De Bank is bevoegd bestuurders, commissarissen of de vertegenwoordiger namens de verzekeraar te ontslaan. Bij dit ontslag worden de overeengekomen of wettelijke termijnen in acht genomen, met dien verstande dat een termijn van zes weken in elk geval voldoende is.
6. Indien de verzekeraar zijn zetel in een openbaar lichaam heeft, behoeft een besluit van zijn aandeelhouders of leden om van kracht te zijn de goedkeuring van de Bank.
7. Wordt een besluit van aandeelhouders of leden, dat ingevolge de statuten van de in het zesde lid bedoelde verzekeraar voor een handeling is vereist, niet genomen of verkrijgt dit besluit niet de volgens de statuten vereiste goedkeuring, dan kan de Bank dit besluit nemen.
8. De Bank kan personen machtigen alle of een deel van de bevoegdheden uit te oefenen, die zij ingevolge het eerste lid heeft. De Bank kan het Gerecht verzoeken een beloning voor de gemachtigden vast te stellen. De Bank maakt naam en woonplaats van een door haar gemachtigde alsook de intrekking van een machtiging bekend in de Staatscourant.
2. De Bank waakt voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.
3. De bestuurders, de commissarissen of de vertegenwoordiger van de verzekeraar zijn verplicht bij de uitoefening door de Bank van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden alle door de Bank gevraagde medewerking te verlenen.
4. De Bank is bevoegd de bestuurders of de vertegenwoordiger van de verzekeraar te machtigen bepaalde handelingen te verrichten.
5. De Bank is bevoegd bestuurders, commissarissen of de vertegenwoordiger namens de verzekeraar te ontslaan. Bij dit ontslag worden de overeengekomen of wettelijke termijnen in acht genomen, met dien verstande dat een termijn van zes weken in elk geval voldoende is.
6. Indien de verzekeraar zijn zetel in een openbaar lichaam heeft, behoeft een besluit van zijn aandeelhouders of leden om van kracht te zijn de goedkeuring van de Bank.
7. Wordt een besluit van aandeelhouders of leden, dat ingevolge de statuten van de in het zesde lid bedoelde verzekeraar voor een handeling is vereist, niet genomen of verkrijgt dit besluit niet de volgens de statuten vereiste goedkeuring, dan kan de Bank dit besluit nemen.
8. De Bank kan personen machtigen alle of een deel van de bevoegdheden uit te oefenen, die zij ingevolge het eerste lid heeft. De Bank kan het Gerecht verzoeken een beloning voor de gemachtigden vast te stellen. De Bank maakt naam en woonplaats van een door haar gemachtigde alsook de intrekking van een machtiging bekend in de Staatscourant.
- Citeren als
- Art. 63
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl