BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 31
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Indien een verzekeraar niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, of indien de Bank zulks noodzakelijk acht in het belang van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten door een verzekeraar, kan zij deze verzekeraar bij aangetekende brief een met redenen omklede aanwijzing geven.
2. De verzekeraar is verplicht de aanwijzing binnen de door de Bank gestelde termijn op te volgen.
3. Indien de Bank niet binnen veertien dagen na dagtekening van de aanwijzing een haar bevredigend antwoord van de verzekeraar heeft ontvangen of naar het oordeel van de Bank niet of onvoldoende aan haar aanwijzing is gevolg gegeven, kan zij:
a. de verzekeraar bij aangetekende brief aanzeggen, dat vanaf een bepaald tijdstip alle of bepaalde organen van de verzekeraar, daaronder voor de toepassing van dit artikel de vertegenwoordiger begrepen, hun bevoegdheden slechts mogen uitoefenen na goedkeuring door een of meer door de Bank aangewezen personen, welke aanzegging terstond van kracht wordt;
b. de verzekeraar bij aangetekende brief aanzeggen, dat de Bank zal overgaan tot bekendmaking van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid. Deze bekendmaking geschiedt in de Staatscourant alsook in een of meer dagbladen ter keuze van de Bank. Bij de bekendmaking wordt, indien de verzekeraar zulks verlangt, tevens de correspondentie bekend gemaakt, die naar aanleiding van de aanwijzing tussen de Bank en de verzekeraar is gevoerd.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde belang onverwijld ingrijpen noodzakelijk maakt, kan de Bank zonder toepassing van het eerste lid onmiddellijk uitvoering geven aan onderdeel a van het derde lid, nadat zij de verzekeraar in de gelegenheid heeft gesteld zijn mening over de onmiddellijke uitvoering te geven. In dat geval is een aanzegging als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, met redenen omkleed.
5. De organen van de verzekeraar zijn verplicht de door de Bank aangewezen personen alle medewerking te verlenen. De Bank kan de betrokken organen van de verzekeraar toestaan bepaalde handelingen zonder haar machtiging te verrichten.
6. De door de Bank aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende ten hoogste twee jaren na verzending van de aanzegging, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, behoudens de bevoegdheid van de Bank om deze termijn te verlengen telkens voor ten hoogste een jaar. Van zodanige verlenging doet de Bank aan de verzekeraar mededeling bij aangetekende brief. De verlenging wordt terstond van kracht. De Bank kan te allen tijde de door haar aangewezen personen door andere vervangen.
7. Voor schade tengevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met een aanzegging als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn degenen die deze handelingen als orgaan van de verzekeraar verrichten, persoonlijk aansprakelijk tegenover de verzekeraar. De verzekeraar – of de Bank namens de verzekeraar – kan de ongeldigheid van deze handelingen inroepen, indien de wederpartij wist dat de vereiste goedkeuring ontbrak of daarvan niet onkundig kon zijn.
8. De Bank trekt in elk geval de maatregel, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in zodra zij van oordeel is, dat het in het eerste lid bedoelde belang deze maatregel niet langer noodzakelijk maakt. Zij stelt de verzekeraar van de intrekking bij aangetekende brief in kennis.
9. Het besluit tot bekendmaking van een aanwijzing, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt eerst van kracht, wanneer het onherroepelijk is geworden. Indien de verzekeraar na de bekendmaking alsnog voldoet aan de aanwijzing dan wel indien de Bank de aanwijzing intrekt, zal de Bank hiervan op dezelfde wijze als bij de voorafgegane bekendmaking kennis geven.
10. De kosten en beloning van de door de Bank aangewezen personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de kosten van de bekendmakingen bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en het negende lid, laatste volzin, komen ten laste van de betrokken verzekeraar.
2. De verzekeraar is verplicht de aanwijzing binnen de door de Bank gestelde termijn op te volgen.
3. Indien de Bank niet binnen veertien dagen na dagtekening van de aanwijzing een haar bevredigend antwoord van de verzekeraar heeft ontvangen of naar het oordeel van de Bank niet of onvoldoende aan haar aanwijzing is gevolg gegeven, kan zij:
a. de verzekeraar bij aangetekende brief aanzeggen, dat vanaf een bepaald tijdstip alle of bepaalde organen van de verzekeraar, daaronder voor de toepassing van dit artikel de vertegenwoordiger begrepen, hun bevoegdheden slechts mogen uitoefenen na goedkeuring door een of meer door de Bank aangewezen personen, welke aanzegging terstond van kracht wordt;
b. de verzekeraar bij aangetekende brief aanzeggen, dat de Bank zal overgaan tot bekendmaking van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid. Deze bekendmaking geschiedt in de Staatscourant alsook in een of meer dagbladen ter keuze van de Bank. Bij de bekendmaking wordt, indien de verzekeraar zulks verlangt, tevens de correspondentie bekend gemaakt, die naar aanleiding van de aanwijzing tussen de Bank en de verzekeraar is gevoerd.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde belang onverwijld ingrijpen noodzakelijk maakt, kan de Bank zonder toepassing van het eerste lid onmiddellijk uitvoering geven aan onderdeel a van het derde lid, nadat zij de verzekeraar in de gelegenheid heeft gesteld zijn mening over de onmiddellijke uitvoering te geven. In dat geval is een aanzegging als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, met redenen omkleed.
5. De organen van de verzekeraar zijn verplicht de door de Bank aangewezen personen alle medewerking te verlenen. De Bank kan de betrokken organen van de verzekeraar toestaan bepaalde handelingen zonder haar machtiging te verrichten.
6. De door de Bank aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende ten hoogste twee jaren na verzending van de aanzegging, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, behoudens de bevoegdheid van de Bank om deze termijn te verlengen telkens voor ten hoogste een jaar. Van zodanige verlenging doet de Bank aan de verzekeraar mededeling bij aangetekende brief. De verlenging wordt terstond van kracht. De Bank kan te allen tijde de door haar aangewezen personen door andere vervangen.
7. Voor schade tengevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met een aanzegging als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn degenen die deze handelingen als orgaan van de verzekeraar verrichten, persoonlijk aansprakelijk tegenover de verzekeraar. De verzekeraar – of de Bank namens de verzekeraar – kan de ongeldigheid van deze handelingen inroepen, indien de wederpartij wist dat de vereiste goedkeuring ontbrak of daarvan niet onkundig kon zijn.
8. De Bank trekt in elk geval de maatregel, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in zodra zij van oordeel is, dat het in het eerste lid bedoelde belang deze maatregel niet langer noodzakelijk maakt. Zij stelt de verzekeraar van de intrekking bij aangetekende brief in kennis.
9. Het besluit tot bekendmaking van een aanwijzing, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt eerst van kracht, wanneer het onherroepelijk is geworden. Indien de verzekeraar na de bekendmaking alsnog voldoet aan de aanwijzing dan wel indien de Bank de aanwijzing intrekt, zal de Bank hiervan op dezelfde wijze als bij de voorafgegane bekendmaking kennis geven.
10. De kosten en beloning van de door de Bank aangewezen personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de kosten van de bekendmakingen bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en het negende lid, laatste volzin, komen ten laste van de betrokken verzekeraar.
- Citeren als
- Art. 31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl