BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 26
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Een verzekeraar dient binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar bij de Bank staten in, die te zamen een duidelijk beeld geven van het door de verzekeraar gevoerde beheer en van zijn financiële toestand. Een verzekeraar dient voorts binnen de door de Bank te bepalen termijn een of meer van deze staten in, indien de Bank zulks voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak mocht verlangen. De indiening geschiedt in tweevoud en voor wat betreft de staten die ingevolge het zesde lid, laatste volzin, openbaar worden gemaakt, in drievoud, tenzij de Bank andere aantallen vaststelt.
2. Een verzekeraar doet de staten vergezeld gaan van een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES. Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht of, indien het staten betreft als bedoeld in het derde lid, in zijn onderzoek zijn betrokken, waarmerkt de deskundige de staten. De verzekeraar is verplicht bij de opdracht tot het onderzoek de deskundige schriftelijk te machtigen aan de Bank onverwijld schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de aan de Bank bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Bank doet de verzekeraar afschrift toekomen van alle ontvangen stukken.
3. Met betrekking tot het levensverzekeringsbedrijf behelst een der staten het actuariële verslag, terwijl in een andere staat de sterftevergelijking is opgenomen. Deze staten worden voorzien van een verklaring van de actuaris, waarmee deze bevestigt dat hij zich ervan heeft overtuigd dat de in het actuariële verslag genoemde voorzieningen juist zijn vastgesteld en de sterftevergelijking juist is weergegeven. Ten bewijze van een en ander waarmerkt de actuaris de betrokken staten. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
4. Tot het afgeven van de verklaring, bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid, is slechts een deskundige onderscheidenlijk een actuaris bevoegd, tegen wie de Bank bij de verzekeraar geen bezwaar heeft gemaakt.
5. De Bank kan tegen de aanwijzing of handhaving van een deskundige of een actuaris bezwaar maken indien de betrokkene naar haar oordeel niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak naar behoren zal vervullen. Het bezwaar wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokken verzekeraar en van de betrokken deskundige of actuaris.
6. De modellen van de staten worden voor het levensverzekeringsbedrijf en voor het schadeverzekeringsbedrijf bij ministeriële regeling vastgesteld. Daarbij wordt bepaald welke staten openbaar moeten worden gemaakt.
7. De verzekeraar legt de openbaar te maken staten op zijn kantoren in de openbare lichamen ter inzage van een ieder tot achttien maanden na afloop van het boekjaar waarop de staten betrekking hebben. Tot zolang verstrekt hij een ieder op diens verzoek een afschrift tegen ten hoogste de kostprijs daarvan.
2. Een verzekeraar doet de staten vergezeld gaan van een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES. Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht of, indien het staten betreft als bedoeld in het derde lid, in zijn onderzoek zijn betrokken, waarmerkt de deskundige de staten. De verzekeraar is verplicht bij de opdracht tot het onderzoek de deskundige schriftelijk te machtigen aan de Bank onverwijld schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de aan de Bank bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Bank doet de verzekeraar afschrift toekomen van alle ontvangen stukken.
3. Met betrekking tot het levensverzekeringsbedrijf behelst een der staten het actuariële verslag, terwijl in een andere staat de sterftevergelijking is opgenomen. Deze staten worden voorzien van een verklaring van de actuaris, waarmee deze bevestigt dat hij zich ervan heeft overtuigd dat de in het actuariële verslag genoemde voorzieningen juist zijn vastgesteld en de sterftevergelijking juist is weergegeven. Ten bewijze van een en ander waarmerkt de actuaris de betrokken staten. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
4. Tot het afgeven van de verklaring, bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid, is slechts een deskundige onderscheidenlijk een actuaris bevoegd, tegen wie de Bank bij de verzekeraar geen bezwaar heeft gemaakt.
5. De Bank kan tegen de aanwijzing of handhaving van een deskundige of een actuaris bezwaar maken indien de betrokkene naar haar oordeel niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak naar behoren zal vervullen. Het bezwaar wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokken verzekeraar en van de betrokken deskundige of actuaris.
6. De modellen van de staten worden voor het levensverzekeringsbedrijf en voor het schadeverzekeringsbedrijf bij ministeriële regeling vastgesteld. Daarbij wordt bepaald welke staten openbaar moeten worden gemaakt.
7. De verzekeraar legt de openbaar te maken staten op zijn kantoren in de openbare lichamen ter inzage van een ieder tot achttien maanden na afloop van het boekjaar waarop de staten betrekking hebben. Tot zolang verstrekt hij een ieder op diens verzoek een afschrift tegen ten hoogste de kostprijs daarvan.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl