BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 6
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Als verzekeraars worden niet beschouwd fondsen, ingesteld door of vanwege het daartoe bevoegde gezag van het Rijk of een openbaar lichaam, die uitsluitend strekken ten bate van hen die in dienst van het gezag staan of gestaan hebben en hun betrekkingen.
2. Als uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf wordt niet beschouwd het sluiten of afwikkelen van overeenkomsten als bedoeld in artikel 1, tweede lid.
3. Als uitoefening van het verzekeringsbedrijf wordt, met inachtneming van het vierde lid, niet beschouwd het sluiten of afwikkelen van overeenkomsten van verzekering voor eigen rekening door ondernemingspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Pensioenwet BES, die krachtens die wet aan het toezicht van de Bank zijn onderworpen.
4. Het bepaalde in het derde lid is slechts van toepassing voor zover een ondernemingspensioenfonds handelt ter uitvoering van:
a. een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in artikel 2 van de Pensioenwet BES;
b. een vrijwillige pensioenvoorziening ten behoeve van een deelnemer in het ondernemingspensioenfonds, mits die voorziening past binnen het raam van de regeling die voor de categorie waartoe de deelnemer behoort, in het ondernemingspensioenfonds geldt ter uitvoering van een toezegging als in onder a bedoeld;
c. een regeling krachtens welke de voor een deelnemer bestaande pensioenvoorziening bij beëindiging van diens deelnemerschap vrijwillig wordt voortgezet.
2. Als uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf wordt niet beschouwd het sluiten of afwikkelen van overeenkomsten als bedoeld in artikel 1, tweede lid.
3. Als uitoefening van het verzekeringsbedrijf wordt, met inachtneming van het vierde lid, niet beschouwd het sluiten of afwikkelen van overeenkomsten van verzekering voor eigen rekening door ondernemingspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Pensioenwet BES, die krachtens die wet aan het toezicht van de Bank zijn onderworpen.
4. Het bepaalde in het derde lid is slechts van toepassing voor zover een ondernemingspensioenfonds handelt ter uitvoering van:
a. een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in artikel 2 van de Pensioenwet BES;
b. een vrijwillige pensioenvoorziening ten behoeve van een deelnemer in het ondernemingspensioenfonds, mits die voorziening past binnen het raam van de regeling die voor de categorie waartoe de deelnemer behoort, in het ondernemingspensioenfonds geldt ter uitvoering van een toezegging als in onder a bedoeld;
c. een regeling krachtens welke de voor een deelnemer bestaande pensioenvoorziening bij beëindiging van diens deelnemerschap vrijwillig wordt voortgezet.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl