BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 60
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Wanneer het belang der gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar, wiens vergunningen alle zijn ingetrokken, een bijzondere voorziening vordert, kan het Gerecht op verzoek van de Bank de noodregeling uitspreken.
2. Bij het uitspreken van de noodregeling machtigt het Gerecht de Bank zowel tot vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar als tot overdracht van alle of van een deel van zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering. Zolang de Bank nog niet is gebleken dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft, strekt de machtiging mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar.
3. Ten aanzien van een verzekeraar met zetel in het buitenland heeft de machtiging betrekking op het vanuit de vestigingen in de openbare lichamen uitgeoefende verzekeringsbedrijf.
4. Het Gerecht behandelt het verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
5. Het Gerecht is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen van de boeken en zakelijke bescheiden van de verzekeraar. Artikel 30 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
6. Het Gerecht geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Bank zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen.
7. Een door de verzekeraar tegen de intrekking van een vergunning ingesteld beroep schorst de handeling van het verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling.
8. De beschikking van het Gerecht wordt met redenen omkleed en wordt, zo het verzoek van de Bank wordt toegewezen, op een openbare terechtzitting uitgesproken. De griffier maakt de zakelijke inhoud van de beschikking bekend in de Staatscourant.
9. Tegen de beschikking staat generlei voorziening open behoudens cassatie in het belang der wet.
2. Bij het uitspreken van de noodregeling machtigt het Gerecht de Bank zowel tot vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar als tot overdracht van alle of van een deel van zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering. Zolang de Bank nog niet is gebleken dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft, strekt de machtiging mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar.
3. Ten aanzien van een verzekeraar met zetel in het buitenland heeft de machtiging betrekking op het vanuit de vestigingen in de openbare lichamen uitgeoefende verzekeringsbedrijf.
4. Het Gerecht behandelt het verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
5. Het Gerecht is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen van de boeken en zakelijke bescheiden van de verzekeraar. Artikel 30 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
6. Het Gerecht geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Bank zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen.
7. Een door de verzekeraar tegen de intrekking van een vergunning ingesteld beroep schorst de handeling van het verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling.
8. De beschikking van het Gerecht wordt met redenen omkleed en wordt, zo het verzoek van de Bank wordt toegewezen, op een openbare terechtzitting uitgesproken. De griffier maakt de zakelijke inhoud van de beschikking bekend in de Staatscourant.
9. Tegen de beschikking staat generlei voorziening open behoudens cassatie in het belang der wet.
- Citeren als
- Art. 60
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl