BWBR0028424
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 32
Wet voortgezet onderwijs BES
1. Aan de leerlingen van de scholen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9, wordt gelegenheid gegeven aan deze scholen een eindexamen af te leggen.
2. Aan de leerlingen van de overige scholen en aan de leerlingen van de afdelingen van scholen voor hoger beroepsonderwijs kan gelegenheid worden gegeven aan deze scholen en afdelingen een eindexamen af te leggen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen scholen of afdelingen van scholen voor hoger beroepsonderwijs worden aangewezen, waarvan het bevoegd gezag de regeling van het eindexamen vaststelt onder goedkeuring van Onze Minister.
3. Het eindexamen wordt afgenomen door de rector of de directeur en leraren van de school onder toezicht, behoudens in de bij algemene maatregel van bestuur te noemen gevallen, van een of meer door Onze Minister aan te wijzen gecommitteerden. Het eindexamen kan mede worden afgenomen door deskundigen, die door het bevoegd gezag onder goedkeuring van Onze Minister worden aangewezen.
4. Zij die het eindexamen met gunstig gevolg hebben afgelegd, ontvangen een diploma. Onze Minister stelt modellen van de diploma’s vast.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden, behalve indien het tweede lid, tweede volzin, toepassing heeft gevonden, voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken, deelvakken, sectorprogramma’s en andere programmaonderdelen behoeven te omvatten.
6. Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister toestaan, dat wordt afgeweken van de bij of krachtens dit artikel gegeven voorschriften.
2. Aan de leerlingen van de overige scholen en aan de leerlingen van de afdelingen van scholen voor hoger beroepsonderwijs kan gelegenheid worden gegeven aan deze scholen en afdelingen een eindexamen af te leggen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen scholen of afdelingen van scholen voor hoger beroepsonderwijs worden aangewezen, waarvan het bevoegd gezag de regeling van het eindexamen vaststelt onder goedkeuring van Onze Minister.
3. Het eindexamen wordt afgenomen door de rector of de directeur en leraren van de school onder toezicht, behoudens in de bij algemene maatregel van bestuur te noemen gevallen, van een of meer door Onze Minister aan te wijzen gecommitteerden. Het eindexamen kan mede worden afgenomen door deskundigen, die door het bevoegd gezag onder goedkeuring van Onze Minister worden aangewezen.
4. Zij die het eindexamen met gunstig gevolg hebben afgelegd, ontvangen een diploma. Onze Minister stelt modellen van de diploma’s vast.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden, behalve indien het tweede lid, tweede volzin, toepassing heeft gevonden, voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken, deelvakken, sectorprogramma’s en andere programmaonderdelen behoeven te omvatten.
6. Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister toestaan, dat wordt afgeweken van de bij of krachtens dit artikel gegeven voorschriften.
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl