BWBR0028424
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 21
Wet voortgezet onderwijs BES
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend secundair beroepsonderwijs nadere voorschriften vastgesteld omtrent de inrichting van het onderwijs. Deze voorschriften kunnen per schoolsoort verschillen. Voor de scholen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9, kunnen afzonderlijke voorschriften worden gegeven.
2. De algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, houdt voor de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend secundair beroepsonderwijs tenminste voorschriften in omtrent:
a. duur van de lessen;
b. de splitsing en samenvoeging van klassen en de vorming van groepen, mede in verband met het totale aantal leerlingen;
c. de vakken, het minimum aantal wekelijkse lessen in elk van de vakken, als mede het aantal wekelijkse lessen dat in alle vakken tezamen gedurende de periode van de basisvorming respectievelijk de periode van het profielvoorbereidend onderwijs moet worden gevolgd, en de vakken dan wel deelvakken van de periode van het profielenonderwijs met de daarbij behorende minima aan normatieve studielast.
3. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, houdt voor de scholen voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs tevens voorschriften in omtrent:
a. de vakken en de sectorprogramma’s, het minimum aantal wekelijkse lessen dat in elk van de vakken gedurende de periode van de basisvorming respectievelijk in elk van de vakken en sectorprogramma’s gedurende de periode van de leerwegen moet worden gevolgd, en
b. het maximum aantal wekelijkse lessen dat gedurende de periode van de basisvorming in alle vakken respectievelijk de periode van de leerwegen in alle vakken en sectorprogramma’s tezamen mag worden gevolgd.
4. [vervallen]
5. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, houdt voor de scholen voor hoger beroepsonderwijs ten minste regels in omtrent:
de cursusduur, de varianten, de afdelingen en de stage;
de duur van de lessen;
splitsing en samenvoeging van klassen en vorming van groepen, mede in verband met het totale aantal leerlingen;
het aantal algemeen vormende en beroepsgerichte vakken;
het minimum aantal wekelijkse lessen, dat per variant, gedurende de cursus in de algemeen vormende en beroepsgerichte vakken moet worden gevolgd;
het maximum aantal wekelijkse lessen dat gedurende de cursus in alle vakken te zamen mag worden gevolgd.
6. Ten aanzien van de scholen, bedoeld in artikel 15, derde lid, wordt geen onderscheid gemaakt in varianten.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de vakopleiding in samenwerking met bedrijven.
2. De algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, houdt voor de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend secundair beroepsonderwijs tenminste voorschriften in omtrent:
a. duur van de lessen;
b. de splitsing en samenvoeging van klassen en de vorming van groepen, mede in verband met het totale aantal leerlingen;
c. de vakken, het minimum aantal wekelijkse lessen in elk van de vakken, als mede het aantal wekelijkse lessen dat in alle vakken tezamen gedurende de periode van de basisvorming respectievelijk de periode van het profielvoorbereidend onderwijs moet worden gevolgd, en de vakken dan wel deelvakken van de periode van het profielenonderwijs met de daarbij behorende minima aan normatieve studielast.
3. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, houdt voor de scholen voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs tevens voorschriften in omtrent:
a. de vakken en de sectorprogramma’s, het minimum aantal wekelijkse lessen dat in elk van de vakken gedurende de periode van de basisvorming respectievelijk in elk van de vakken en sectorprogramma’s gedurende de periode van de leerwegen moet worden gevolgd, en
b. het maximum aantal wekelijkse lessen dat gedurende de periode van de basisvorming in alle vakken respectievelijk de periode van de leerwegen in alle vakken en sectorprogramma’s tezamen mag worden gevolgd.
4. [vervallen]
5. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, houdt voor de scholen voor hoger beroepsonderwijs ten minste regels in omtrent:
de cursusduur, de varianten, de afdelingen en de stage;
de duur van de lessen;
splitsing en samenvoeging van klassen en vorming van groepen, mede in verband met het totale aantal leerlingen;
het aantal algemeen vormende en beroepsgerichte vakken;
het minimum aantal wekelijkse lessen, dat per variant, gedurende de cursus in de algemeen vormende en beroepsgerichte vakken moet worden gevolgd;
het maximum aantal wekelijkse lessen dat gedurende de cursus in alle vakken te zamen mag worden gevolgd.
6. Ten aanzien van de scholen, bedoeld in artikel 15, derde lid, wordt geen onderscheid gemaakt in varianten.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de vakopleiding in samenwerking met bedrijven.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl