BWBR0028424
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 11d
Wet voortgezet onderwijs BES
1. Het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs kan aan de ouders van een leerling, die zich bij die school aanmeldt of aan die school is ingeschreven, voorstellen dat deze leerling arbeidsgericht onderwijs gaat volgen, indien het bevoegd gezag redelijkerwijs kan aannemen dat deze niet in staat is het onderwijs in één van de leerwegen, genoemd in artikel 11, tweede lid, met een diploma als bedoeld in artikel 32, af te sluiten.
2. Het bevoegd gezag van de school beslist, na overleg met de ouders van de in het eerste lid bedoelde leerling, over de toelating van de leerling tot de afdeling voor arbeidsgericht onderwijs.
Alvorens de beslissing tot toelating wordt genomen, legt indien mogelijk het bevoegd gezag van de school waaraan de leerling voorafgaand aan de toelating tot het arbeidsgericht onderwijs was of is ingeschreven, een op de desbetreffende leerling betrekking hebbend onderwijskundig rapport, alsmede de op schrift gestelde zienswijze van de ouders, over aan de verwijzingscommissie, bedoeld in het zesde lid. Geen leerling wordt toegelaten tot het arbeidsgericht onderwijs dan nadat de verwijzingscommissie schriftelijk heeft bepaald dat de leerling tot dat onderwijs toelaatbaar is.
3. Het bevoegd gezag van de afdeling voor arbeidsgericht onderwijs waaraan de leerling wordt toegelaten, stelt, na overleg met de ouders, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop voor de desbetreffende leerling het arbeidsgericht onderwijs met inachtneming van artikel 11b, derde lid, wordt verzorgd.
4. Indien de verwijzingscommissie bepaalt dat de leerling niet tot het arbeidsgericht onderwijs toelaatbaar is, brengt zij schriftelijk advies uit aan de ouders van de leerling en het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag, over de wijze waarop de leerling op de school waar hij is ingeschreven, naar het oordeel van de verwijzingscommissie zou moeten worden begeleid.
5. De verwijzingscommissie verstrekt desgevraagd aan de ingevolge artikel 2 met het uitoefenen van het toezicht daarop bedoelde instantie en het betreffende bestuurscollege de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Onze Minister en het betreffende bestuurscollege kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
6. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de instelling, taak, samenstelling en werkwijze van de verwijzingscommissies. De verwijzigingscommissies worden benoemd bij eilandsbesluit.
7. Het toezicht op de verwijzingscommissies wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur, te stellen regels uitgevoerd door de inspectie.
2. Het bevoegd gezag van de school beslist, na overleg met de ouders van de in het eerste lid bedoelde leerling, over de toelating van de leerling tot de afdeling voor arbeidsgericht onderwijs.
Alvorens de beslissing tot toelating wordt genomen, legt indien mogelijk het bevoegd gezag van de school waaraan de leerling voorafgaand aan de toelating tot het arbeidsgericht onderwijs was of is ingeschreven, een op de desbetreffende leerling betrekking hebbend onderwijskundig rapport, alsmede de op schrift gestelde zienswijze van de ouders, over aan de verwijzingscommissie, bedoeld in het zesde lid. Geen leerling wordt toegelaten tot het arbeidsgericht onderwijs dan nadat de verwijzingscommissie schriftelijk heeft bepaald dat de leerling tot dat onderwijs toelaatbaar is.
3. Het bevoegd gezag van de afdeling voor arbeidsgericht onderwijs waaraan de leerling wordt toegelaten, stelt, na overleg met de ouders, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop voor de desbetreffende leerling het arbeidsgericht onderwijs met inachtneming van artikel 11b, derde lid, wordt verzorgd.
4. Indien de verwijzingscommissie bepaalt dat de leerling niet tot het arbeidsgericht onderwijs toelaatbaar is, brengt zij schriftelijk advies uit aan de ouders van de leerling en het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag, over de wijze waarop de leerling op de school waar hij is ingeschreven, naar het oordeel van de verwijzingscommissie zou moeten worden begeleid.
5. De verwijzingscommissie verstrekt desgevraagd aan de ingevolge artikel 2 met het uitoefenen van het toezicht daarop bedoelde instantie en het betreffende bestuurscollege de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Onze Minister en het betreffende bestuurscollege kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
6. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de instelling, taak, samenstelling en werkwijze van de verwijzingscommissies. De verwijzigingscommissies worden benoemd bij eilandsbesluit.
7. Het toezicht op de verwijzingscommissies wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur, te stellen regels uitgevoerd door de inspectie.
- Citeren als
- Art. 11d
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl