BWBR0026991
Geldig vanaf 2009-12-31
Artikel 5
Kaderregeling documentaire informatievoorziening SZW 2009
1. Bij reorganisatie wordt het archief van het betreffende archiefvormend orgaan afgesloten.
De nieuwe organisatie begint met een nieuw archief.
2. Bij reorganisatie draagt de directeur van een archiefvormend orgaan er zorg voor dat de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van de reorganisatie niet zijn afgedaan, overgaan naar het organisatieonderdeel van het ministerie dan wel naar het overheidsorgaan die deze zaken voortaan zal afdoen.
3. Van een overdracht van archiefbescheiden als bedoeld in het tweede lid wordt, indien deze overdracht binnen het ministerie plaatsvindt, een verklaring van overdracht opgemaakt, die voldoet aan de eisen van overdracht, bedoeld in artikel 22, eerste lid.
4. Van een overdracht van archiefbescheiden als bedoeld in het tweede lid aan een overheidsorgaan buiten het ministerie wordt een verklaring van vervreemding opgemaakt. Hierbij wordt de in artikel 21beschreven procedure gevolgd.
5. In geval van reorganisatie draagt de directeur van het archiefvormend orgaan er zorg voor dat de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van de reorganisatie reeds zijn afgedaan en niet meer noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken, vergezeld van een dossierinventaris worden overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering.
6. In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waar bij geen overdracht van taken plaatsvindt, draagt de directeur van het betreffende orgaan er zorg voor dat de archiefbescheiden, vergezeld van een dossierinventaris worden overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering
7. In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij de taken van dit archiefvormend orgaan worden overgedragen aan een ander archiefvormend orgaan van het ministerie, draagt de directeur van het op te heffen archiefvormend orgaan er zorg voor dat alle archiefbescheiden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken, overgaan naar het nieuwe orgaan.
8. In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij de taken van dit archiefvormend orgaan worden overgedragen aan een ander overheidsorgaan dan het ministerie, draagt de directeur van het op te heffen archiefvormend orgaan er zorg voor dat alle archiefbescheiden betreffende de zaken die op het moment van de opheffing nog niet afgedaan zijn, over worden gedragen aan het overheidsorgaan dat deze zaken voortaan zal afdoen. Overige archiefbescheiden worden vergezeld van een dossier inventaris overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering.
9. In geval van opheffing van het gehele ministerie, draagt de secretaris-generaal er zorg voor dat alle archiefbescheiden van het ministerie worden overgedragen naar het overheidsorgaan dat de taken van het ministerie zal gaan uitvoeren.
De nieuwe organisatie begint met een nieuw archief.
2. Bij reorganisatie draagt de directeur van een archiefvormend orgaan er zorg voor dat de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van de reorganisatie niet zijn afgedaan, overgaan naar het organisatieonderdeel van het ministerie dan wel naar het overheidsorgaan die deze zaken voortaan zal afdoen.
3. Van een overdracht van archiefbescheiden als bedoeld in het tweede lid wordt, indien deze overdracht binnen het ministerie plaatsvindt, een verklaring van overdracht opgemaakt, die voldoet aan de eisen van overdracht, bedoeld in artikel 22, eerste lid.
4. Van een overdracht van archiefbescheiden als bedoeld in het tweede lid aan een overheidsorgaan buiten het ministerie wordt een verklaring van vervreemding opgemaakt. Hierbij wordt de in artikel 21beschreven procedure gevolgd.
5. In geval van reorganisatie draagt de directeur van het archiefvormend orgaan er zorg voor dat de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van de reorganisatie reeds zijn afgedaan en niet meer noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken, vergezeld van een dossierinventaris worden overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering.
6. In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waar bij geen overdracht van taken plaatsvindt, draagt de directeur van het betreffende orgaan er zorg voor dat de archiefbescheiden, vergezeld van een dossierinventaris worden overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering
7. In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij de taken van dit archiefvormend orgaan worden overgedragen aan een ander archiefvormend orgaan van het ministerie, draagt de directeur van het op te heffen archiefvormend orgaan er zorg voor dat alle archiefbescheiden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken, overgaan naar het nieuwe orgaan.
8. In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij de taken van dit archiefvormend orgaan worden overgedragen aan een ander overheidsorgaan dan het ministerie, draagt de directeur van het op te heffen archiefvormend orgaan er zorg voor dat alle archiefbescheiden betreffende de zaken die op het moment van de opheffing nog niet afgedaan zijn, over worden gedragen aan het overheidsorgaan dat deze zaken voortaan zal afdoen. Overige archiefbescheiden worden vergezeld van een dossier inventaris overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering.
9. In geval van opheffing van het gehele ministerie, draagt de secretaris-generaal er zorg voor dat alle archiefbescheiden van het ministerie worden overgedragen naar het overheidsorgaan dat de taken van het ministerie zal gaan uitvoeren.