BWBR0026991
Geldig vanaf 2009-12-31
Artikel 19
Kaderregeling documentaire informatievoorziening SZW 2009
1. Archiefbescheiden worden uitsluitend vernietigd op grond van een selectielijst als bedoeld in artikel 14, of na vervanging van de betreffende archiefbescheiden door reproducties als bedoeld in artikel 15.
2. De directeur van een archiefvormend orgaan en de directeur Bedrijfsvoering dragen er zorg voor dat de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbestanddelen wordt uitgevoerd, zo snel mogelijk na het verstrijken van de daarvoor in de selectielijst vastgestelde termijn en voordat overbrenging van het archief naar een rijksarchiefbewaarplaats plaatsvindt, waarbij:
a) de directeur van een archiefvormend orgaan verantwoordelijk is voor de selectie en vernietiging van documenten uit het dynamisch archief.
b) de directeur Bedrijfsvoering verantwoordelijk is voor de selectie en vernietiging van documenten uit het semi-statisch archief.
3. Van de vernietiging van documenten uit het dynamisch archief wordt door een archiefvormend orgaan een verklaring volgens een model opgemaakt. Een exemplaar van de verklaring wordt bewaard in het archief van een archiefvormend orgaan.
4. De verklaring van vernietiging wordt ondertekend door de directeur van een archiefvormend orgaan.
5. Van de vernietiging van documenten uit het semi-statisch archief wordt door de directeur Bedrijfsvoering een verklaring volgens een model opgemaakt. Een exemplaar van de verklaring wordt bewaard in het archief van de directie Bedrijfsvoering.
6. De verklaring van vernietiging wordt ondertekend door de beheerder.
7. De verklaring bevat ten minste een specificatie van de vernietigde archiefbescheiden en vermeldt op grond waarvan en op welke wijze de vernietiging heeft plaatsgevonden.
8. Vernietiging van digitale documenten en dossiers houdt in dat zij op geen enkele wijze reproduceerbaar zijn, en dat ook de metagegevens die deel uitmaken van deze documenten en dossiers worden vernietigd.
9. In de bestandsregistratie wordt vermeld op welke datum de betreffende archiefbescheiden zijn vernietigd.
2. De directeur van een archiefvormend orgaan en de directeur Bedrijfsvoering dragen er zorg voor dat de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbestanddelen wordt uitgevoerd, zo snel mogelijk na het verstrijken van de daarvoor in de selectielijst vastgestelde termijn en voordat overbrenging van het archief naar een rijksarchiefbewaarplaats plaatsvindt, waarbij:
a) de directeur van een archiefvormend orgaan verantwoordelijk is voor de selectie en vernietiging van documenten uit het dynamisch archief.
b) de directeur Bedrijfsvoering verantwoordelijk is voor de selectie en vernietiging van documenten uit het semi-statisch archief.
3. Van de vernietiging van documenten uit het dynamisch archief wordt door een archiefvormend orgaan een verklaring volgens een model opgemaakt. Een exemplaar van de verklaring wordt bewaard in het archief van een archiefvormend orgaan.
4. De verklaring van vernietiging wordt ondertekend door de directeur van een archiefvormend orgaan.
5. Van de vernietiging van documenten uit het semi-statisch archief wordt door de directeur Bedrijfsvoering een verklaring volgens een model opgemaakt. Een exemplaar van de verklaring wordt bewaard in het archief van de directie Bedrijfsvoering.
6. De verklaring van vernietiging wordt ondertekend door de beheerder.
7. De verklaring bevat ten minste een specificatie van de vernietigde archiefbescheiden en vermeldt op grond waarvan en op welke wijze de vernietiging heeft plaatsgevonden.
8. Vernietiging van digitale documenten en dossiers houdt in dat zij op geen enkele wijze reproduceerbaar zijn, en dat ook de metagegevens die deel uitmaken van deze documenten en dossiers worden vernietigd.
9. In de bestandsregistratie wordt vermeld op welke datum de betreffende archiefbescheiden zijn vernietigd.